Commissie Watersport Opleidingen (CWO)

Diplomalijn Fokkenist, Kielboot I, II en III
Het CWO is er niet alleen voor zeilboten. Je kunt ook een CWO diploma halen voor bijvoorbeeld ‘groot motorschip’, buitenboordmotor of roeien. De CWO diplomalijn waar we bij de scouts en explorers aan werken heet Fokkenist, Kielboot I, II en III.

Hier vind je een poster met onderdelen van en lelievlet om te oefenen. Met dank aan de Shawano's te Lisse.

Totaaloverzicht poster

Interactief plaatje

Beweeg de muis over het plaatje van de Lelievlet aan de linkerkant en zodra je een rondje met een cijfer raakt wordt hieronder het nummer met de omschrijving getoond.



CWO0

CWO1

CWO2

CWO3

Koersen (zeilstanden)

In de wind

Bij een ‘in de windse’ koers komt de wind recht van voren. Hoewel je bij ‘in de wind’ meestal geen of weinig snelheid hebt is het toch een koers. Bij een in de windse koers vangen het grootzeil en de fok (bijna) geen wind en zullen ze gaan klapperen. Dit komt voor als je bijvoorbeeld een wending maakt (overstag gaat) of als je een opschieter maakt.
Door de fok ‘bak’ te trekken kun je de boot weer laten draaien zodat ook het grootzeil weer wind vangt. Dit gebruik je bij het wenden en bij het afvaren van hogerwal.

Aan de wind

Bij een aan de windse koers komt de wind schuin van voren. De boot zal bij weinig wind al gaan hellen, een je zult wat tegenroer moeten geven om koers te kunnen houden.
Vaak wordt ‘aan de wind’ verward met ‘scherp aan de wind’. ‘Scherp aan de wind’ is echter geen echte koers maar houdt in dat de boot op zijn scherpst vaart. ‘Aan de wind’ is gewoon een koers, net als ‘voor de wind’
Als de boot té scherp gaat zal het grootzeil gaan tegenbollen in het voorlijk (bij de mast). Je kunt dan óf je zeil aantrekken, maar als dat niet meer gaat dan moet je afvallen (van de wind afdraaien).

Halve wind

Bij een halve windse koers komt de wind vanaf de zijkant. Over het algemeen is dit een vrij ‘rustige’ koers.

Ruime wind

Als je ‘ruim aan de wind’ vaart komt de wind schuin van achteren. Ook dit is een prettige en rustige koers.

Voor de wind

Als je ‘voor de wind’ vaart dan komt de wind recht van achteren. De fok wordt dan naar de andere kant gehaald om zoveel mogelijk wind te vangen. Dit noem je ‘de fok op de loevert’ (melkmeisje) doen.
Tijdens een wedstrijd zie je de bemanning soms rechtop staan met hun jas open bij een voor de windse koers. Zo proberen ze nog een klein beetje extra wind te vangen.
Als je voor de wind vaart en je valt nog verder af, dan zul je een ‘gijp’ moeten maken, dat betekent dat het grootzeil naar de andere kant moet. Doe je dit niet goed of heb je het niet in de gaten, dan kan de giek met een klap naar de andere kant vliegen, de zogenaamde klapgijp. Wie dan te laat bukt ligt óf in het water, óf heeft een flinke bult op zijn hoofd, óf….

Aanvaringspeiling

  1. Zoek een herkenningspunt aan de horizon, bijvoorbeeld een boom of een kerktoren, en trek een denkbeeldige lijn tussen dat punt en jouw boot (in dit geval gebruiken we een boom en de zijstag)
    Onthoud de positie van de andere boot ten opzichte van die denkbeeldige lijn.
    Wacht een paar tellen, en kijk dan of die postitie is veranderd .
  2. Kijk naar de achtergrond bij de boot die je gaat kruisen. Beweegt de achtergrond zich ten opzichte van die boot, dan is er geen aanvaringskoers. Beweegt de achtergrond niet ten opzichte van die boot, AANVARINGSKOERS!

CWO filmpjes

Een beetje oud maar zeker leerzaam staan hier onder 11 zeilinstructie filmpjes uit 1980.

Met dank aan Toon de Wit met de mensen van de zeilschool van Scouting Nederland.

Aankomen hogerwal

Aankomen lagerwal

Afvaren hogerwal

Afvaren lagerwal

Ankeren

Roer en zwaard

Gijpen

Overstag gaan

Sturen met zeilen

Deinzen

"Man over boord"