Insignes welpen

Welpen insignes

Insigne eisen

Jullie willen natuurlijk meteen aan de slag met de nieuwe vaardigheidsinsignes welpen! Hartstikke leuk. Om direct aan de slag te kunnen, geven we je een korte uitleg hoe je de vaardigheidsinsignes kunt gebruiken.
Opbouw van de insignes
Elk insigne heeft een thema, zoals ‘Show, ‘Varen’ of ‘Spoorzoeker’. Bij elk insigne staan steeds zes opdrachten beschreven. Van deze opdrachten moet de welp er in ieder geval vier uitvoeren om het insigne te halen, soms is er een opdracht verplicht. De opdrachten waaruit de welp kan kiezen, zijn verschillend van aard, waardoor een beroep wordt gedaan op verschillende vaardigheden maar er ook keuze blijft voor een welp om te kiezen welke activiteit hem/haar meer ligt.
De welpen kunnen individueel aan de slag met een insigne, ze kunnen dan zelf een insigne kiezen die ze interessant vinden. Ook kun je in de horde met de insignes aan de slag, waarbij elke keer voor een ander insigne gekozen wordt. Om ervoor te zorgen dat elke welp, ongeacht zijn leeftijd of ontwikkeling, de insignes kan halen, zijn de insignes op drie niveaus beschreven. Zo kan elke welp het insigne op zijn eigen niveau doen. De drie niveaus zijn bedoeld als handvatten voor leiding, de verschillende niveaus zijn niet zichtbaar in de stoffen insignes.
Extra uitdaging voor oudste welpen
Naast de ‘gewone’ insignes voor de welpen bieden we ook zes insignes aan voor de oudste welpen, voor wat extra uitdaging aan het eind van de speltak
welpen en als voorbereiding op de scouts. Dit zijn insignes die welpen niet thuis kunnen doen en het is leuk om deze insignes met een groepje oudste welpen
te doen. Dat zal waarschijnlijk ook het groepje welpen zijn dat met elkaar gaat overvliegen naar de scouts. Hoewel oudste welpen al een stuk zelfstandiger
zijn dan de jongste welpen, blijf je als leiding er wel altijd bij als de welpen met de opdrachten bezig zijn.
De zes insignes zijn de volgende:
- Kampvuur
- Nachtje kamperen
- Zakmes
- Pionieren
- Leiding voor één keer
- CWO kielboot 1 (speciaal voor waterwelpen). (Het insigne voor op de blouse is nog niet beschikbaar)
We wensen jullie heel veel plezier toe met het nieuwe vaardigheidssysteem!
De insignes
Om de eisen voor de insignes te bekijken klik je op de naam van het insigne.
Wil je de eisen voor een insigne uitprinten? Klik dan op het PDF-bestand aan de rechterkant van de eisen.
Klik hier voor een overzicht van alle insigne-eisen.
Klik hier voor een overzicht van alle speciale insigne-eisen.

          
a-b-c-d-e-f-g-h-i-j-k-l-m-n-o-p-q-r-s-t-u-v-w-x-y-z

Cultuur

Cultuur

Het insigne “Cultuur” valt onder het activiteitengebied Internationaal. Door middel van verschillende opdrachten/activiteiten maken de welpen kennis met de
Nederlandse cultuur en met culturen uit andere landen. Ze leren dat cultuur heel divers is en voor iedereen verschillend.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Wereldgerechten
Overal ter wereld wordt anders gegeten. In
Nederland eten we ook gerechten die
oorspronkelijk uit andere landen
komen,zoals pizza, chinees of couscous.
Schrijf op wat jij lekker Nederlands eten
vindt, en welk buitenlands eten jij graag
eet.
Overal ter wereld wordt anders gegeten.
Welke boodschappen worden er per dag in
een gezin in Nederland gedaan? En welke
boodschappen doet een gezin in Azië of
Afrika? Schrijf de twee
boodschappenlijstjes op.
Overal ter wereld wordt anders gegeten.
Kies een eiland en een land aan het vaste
land. Zoek van beide landen een gerecht
dat er veel gegeten wordt. Welke
ingrediënten zijn nodig? Schrijf het op.
2
Nederlandse
cultuur
Maak een ganzenbordspel over
Nederland. Bedenk drie vragen en
opdrachten over ons eigen land. Wat is
echt Hollands?
Maak een ganzenbordspel over
Nederland. Bedenk vijf vragen en
opdrachten over ons eigen land. Wat is
echt Hollands?
Maak een ganzenbordspel over Nederland.
Bedenk acht vragen en opdrachten over
ons eigen land. Wat is echt Hollands?
3
Feestdagen
In elke cultuur/land zijn er andere feesten
belangrijk. In Nederland vieren we graag
Pasen, Bevrijdingsdag, Kerst en
Sinterklaas. Wat vind jij de leukste
Nederlandse feestdag? Vertel hierover
aan je leiding.
In elke cultuur/land zijn er andere feesten
belangrijk. In Nederland vieren we graag
Pasen, Bevrijdingsdag, Kerst en
Sinterklaas.
Kies een land uit (niet Nederland) wat je
interessant vindt. Zoek op welke
feestdagen er in dat land gevierd worden.
Schrijf de verschillende feestdagen op en
leg daarbij uit wat er gevierd wordt,
waarom en hoe. Heb je ook plaatjes
kunnen vinden van het feest?
In elke cultuur/land zijn er andere feesten
belangrijk. In Nederland vieren we graag
Pasen, Bevrijdingsdag, Kerst en
Sinterklaas.
Kies een land uit (niet Nederland) wat je
interessant vindt. Zoek op welke feestdagen
er in dat land gevierd worden. Bepaal welk
feest jij het leukste/ meest bijzonder vindt.
Vier dit feest met je horde, vraag eventueel
de leiding om hulp bij het organiseren van
dit feest.
Tip! Kijk op
www.internationalefeestdagen.com
4
“Inleven”
Verkleed je als iemand uit een ander land.
Bijvoorbeeld een Chinees, Indiaan of
Eskimo. Let goed op de kleding die je
aantrekt. Weet je ook waarom deze persoon
deze kleding aanheeft?
Verkleed je als iemand uit een ander land.
Bijvoorbeeld een Chinees, Indiaan of
Eskimo. Let goed op de kleding die je
aantrekt. Weet je ook waarom deze persoon
deze kleding aan heeft? Maak iets voor bij je
kostuum(bijvoorbeeld een
muziekinstrument) wat hoort bij iemand uit
het land wat jij gekozen hebt. Maak dit
voorwerp van kosteloos materiaal.
Verkleed je als iemand uit een ander land.
Bijvoorbeeld een Chinees, Indiaan of
Eskimo. Let goed op de kleding die je
aantrekt. Weet je ook waarom deze persoon
deze kleding aan heeft?
Bedenk een toneelstukje (evt. samen met
andere welpen uit je horde) wat zich afspeelt
in dit andere land. Hoe gedragen de mensen
zich daar? Welke taal spreken ze? Welke
beroepen hebben ze? Speel het
toneelstukje bij het kampvuur of tijdens de
Bonte Avond.
5
Volksliederen
Cultuur zie je ook terug in zang en dans. In
Nederland kennen we het Wilhelmus als
volkslied. Dit hoort bij onze cultuur. Zoek de
tekst op van het Wilhelmus en schrijf dit met
mooie sierletters op papier.
Cultuur zie je ook terug in zang en dans. In
Nederland kennen we het Wilhelmus als
volkslied. Dit hoort bij onze cultuur. Zoek de
tekst op van het Wilhelmus en leer het
eerste couplet uit je hoofd. Zing het couplet
voor je leiding.
Hetzelfde als bij niveau 2 met daarbij:
Ook andere landen/volken hebben een
volkslied. Zoek een volkslied van een ander
land op. Schrijf dit met mooie sierletters op
papier. Schrijf er bij uit welk land het lied
komt en in welke taal het lied geschreven is.
Weet je ook waar het lied over gaat?
6
Verschillen
tussen landen
Ieder land heeft zijn eigen vlag. Teken tien
verschillende bestaande vlaggen. Laat je
tekeningen aan de welpen in je nest zien.
Over de hele wereld wordt gevoetbald, maar
in veel landen is dit niet de meest favoriete
sport. Maak een boekje of poster over zes
sporten. Beschrijf hoe de sport gaat en waar
het gespeeld wordt. Vertel dit aan de welpen
in je nest.
In Nederland woont bijna iedereen in stenen
huizen, dat is niet overal zo. Maak een
boekje met informatie over tien verschillende
woonhuizen ter wereld. Laat aan je welpen
in je nest zien wat je gemaakt hebt en vertel
over de verschillende huizen.

CWO Kielboot 1


PDF

Uitleg voor de welpen
Speciaal voor waterwelpen! Als je al regelmatig op het water vaart, kun je misschien wel je CWO kielboot I halen. Een erkend diploma waarmee je aantoont veilig mee aan boord te kunnen op het water, omdat je al behoorlijk wat kennis in huis hebt. Zo ga je ook goed voorbereid naar de waterscouts.
Zeilen leer je natuurlijk spelenderwijs, door leuke activiteiten te doen die je leiding bedenkt. Voor CWO kielboot 1 moet je onder andere het zeil kunnen hijsen en strijken, de zeilen kunnen bedienen en overstag gaan. Dit alles op rustig vaarwater. Natuurlijk weet je ook wat van de vaarregels en de theorie achter het zeilen. Wil je weten wat je precies moet doen voor dit insigne? Vraag het aan je leiding, zij weten het precies. Wees niet bang. Je begint rustig met de basisbeginselen van het zeilen, iets wat je als oudste welp zeker aan kunt!
Uitleg voor de leiding
Als je met je welpen regelmatig met een zeilboot op het water te vinden bent, kunnen de oudste welpen wellicht hun CWO kielboot I gaan halen. Niet alleen leuk omdat ze hiermee een insigne kunnen verdienen, maar ook handig als voorbereiding op de waterscouts. Voor CWO Kielboot 1 moeten de welpen een aantal eenvoudige basisvaardigheden beheersen, zoals hijsen en strijken, sturen, bediening van de zeilen en overstag gaan, aangevuld met de bijbehorende
theorie over veiligheid en enkele vaarregels op het water. Dit alles onder gunstige omstandigheden:
een rustig vaarwater en een matige wind (3 Beaufort). Hieronder de eisen op een rijtje (uit: Handboek opleidingen van het CWO, hoofdstuk 5, 2008):
Praktijkeisen:

  • Het schip zeilklaar en nachtklaar maken
  • Verhalen van het schip
  • Stilliggend hijsen en strijken van de zeilen
  • Stand en bediening van de zeilen
  • Sturen, roer- en schootbediening
  • Overstag gaan
  • Opkruisen in breed vaarwater
  • Gijpen
  • Afvaren van hogerwal
  • Onder toezicht aankomen aan hogerwal
  • Afmeren op de eigen ligplaats
  • De noodzaak van het reven onderkennen
  • Toepassing van de reglementen

Theorie-eisen:

  • Schiemanswerk
  • Zeiltermen
  • Onderdelen
  • Veiligheid
  • Reglementen
  • Krachten op het schip en hun gevolgen

Uiteraard behalen de welpen hun CWO I pas wanneer aan bovenstaande eisen voldaan wordt. Maar nog belangrijker is het dat de welpen plezier krijgen en behouden in het varen. Kijk voor activiteitenideeën om je welpen spelenderwijs te leren spelen in het Waterspelenboek. → Op de website van het CWO kun je het handboek downloaden. Let er dus op dat de eisen die je gebruikt recent zijn! Tevens kun je op deze website meer informatie vinden over vorderingenstaten en diploma’s.

EHBO

EHBO


PDF

Het insigne “EHBO” valt onder het activiteitengebied Veilig & Gezond. Het insigne E.H.B.O. laat zien dat de welp alles weet over veiligheid. Hij/zij weet hoe je
moet reageren bij brand, bij een klein ongeval en hoe verschillende activiteiten veilig kunnen verlopen.
Let op!Voor dit insigne is het verplicht om van opdracht 1 niveau 1 of 2 te doen.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
EHBO cursus
Volg een EHBO cursus voor kinderen. Een
junior-EHBO cursus wordt o.a. gegeven door
het Oranje Kruis. Volg de cursus die past bij
jouw leeftijd, op niveau 1 is dat een
versimpelde junior cursus.
Tip! De leiding kan ook deze cursus
verzorgen, zorg dan dat zij contact opnemen
met het Oranje Kruis. Kijk op www.ehbo.nl
Volg een EHBO cursus voor kinderen en
haal je EHBO-diploma. Een junior-EHBO
cursus wordt o.a. gegeven door het Oranje
Kruis. Volg de cursus die past bij jouw
leeftijd. Voor niveau 2 is dat de junior cursus
voor groep 5/6.
Volg een EHBO cursus voor kinderen en
haal je diploma. Vertel aan je horde wat je
geleerd hebt. Een junior-EHBO cursus wordt
o.a. gegeven door het Oranje Kruis. Volg de
cursus die past bij jouw leeftijd. De cursus
van niveau 3 kan niet door de leiding
verzorgd worden.
2
Pleister
Versier een echte pleister. Ontwerp een nieuw soort pleister
Denk aan de vorm, kleur, enz.
Gebruik hiervoor een echte pleister of maak
een poster waarop je je nieuwe pleister
tekent/ontwerpt.
Ontwerp je eigen pleister.
Denk na over wat voor stof je gebruikt en wat
voor plaklaag. Wat zijn de voordelen van
jouw pleister boven een bestaande pleister?
Vertel aan de leiding of de horde wat er zo
goed is of anders is aan jouw pleister.
Gebruik hierbij plaatjes van jouw ontwerp of
misschien heb je de pleister ook wel echt
gemaakt. Laat deze dan zien.
3
Brandcard
Loop een rondje met een zelf gemaakt
brancard. De leiding zal de brancard voor je
maken.
Maak van een zeil en twee palen een
brancard. Loop een parcours over het
terrein. Laat de patiënt niet vallen!
Ga op zoek naar de patiënt. Maak een
brancard van een zeil en twee palen. Leg
deze voorzichtig op jullie zelf gemaakte
brancard. Vervoer de patiënt zo snel
mogelijk naar het clubhuis. Leg bij de patiënt
met je das een mitella aan.
4
LOTUS
Het woord LOTUS staat voor Landelijke
Opleiding Tot Uitbeelding Slachtoffer, maar het
woord LOTUS staat meer bekend als iemand
die speelt dat hij slachtoffer is bij een ongeval.
Jij gaat LOTUS zijn in een EHBO demonstratie
van de leiding. Bespreek met de leiding welke
verwonding(en) je hebt. Je weet ook waar je
pijn hebt en wat je verdere klachten zijn, je leeft
je in in je rol en speelt LOTUS.
Het woord LOTUS staat voor Landelijke
Opleiding Tot Uitbeelding Slachtoffer, maar het
woord LOTUS staat meer bekend als iemand
die speelt dat hij slachtoffer is bij een ongeval.
De leiding speelt een toneelstukje waarin er
een slachtoffer valt. Weet jij wat het slachtoffer
mankeert en wat je moet doen?
Het woord LOTUS staat voor Landelijke
Opleiding Tot Uitbeelding Slachtoffer, maar het
woord LOTUS staat meer bekend als iemand
die speelt dat hij slachtoffer is bij een ongeval.
Jij gaat LOTUS zijn in een EHBO demonstratie
van de leiding. Je bedenkt/zoekt uit welke
verwonding je hebt en studeert je rol als
slachtoffer goed in. Denk er ook aan om
eventuele nepwonden te maken van schmink.
Je speelt je rol. Weet de leiding en de horde
wat jou mankeert en hoe ze daarop moeten
reageren?
5
Brandoefening
Doe mee aan een brandoefening in je eigen
clubhuis. Luister goed naar de leiding.
Tip! Kijk voor alles over brandveiligheid op
www.brandweer.nl
Bereid jezelf voor op een brandoefening. Kijk
waar de nooduitgangen zijn, bekijk de
plattegrond van het clubhuis en kijk welke
blusmiddelen er allemaal aanwezig zijn. Doe
mee aan een brandoefening in je eigen
clubhuis, door je voorbereiding weet je nu beter
wat je moet doen. Luister goed naar de leiding.
Bereid jezelf voor op een brandoefening. Kijk
waar de nooduitgangen zijn, bekijk de
plattegrond van het clubhuis en kijk welke
blusmiddelen er allemaal aanwezig zijn. Maak
je eigen plattegrond waarop je de vluchtroute
tekent vanuit jullie welpenlokaal.
Doe mee aan een brandoefening in je eigen
clubhuis, door je voorbereiding weet je precies
wat je nu moet doen. Luister goed naar de
leiding.
6
Veiligheid
Bedenk en bespreek met je leiding hoe de
volgende activiteiten veilig kunnen verlopen.

  • Kampvuur houden
  • Omgaan met waxinelichtjes
  • Op en rond het water spelen (varen)
  • Fietsen van huis naar Scouting
  • Met zijn allen op stap in de stad/centrum.

Maak een tekening van één van de activiteiten
en schrijf er bij welke veiligheidsregels je met je
leiding hebt besproken.

Maak een poster over veiligheid
Kies iets uit het rijtje hieronder één onderwerp:

  • Voorkomen van brand
  • Voorkomen van verdrinken
  • Voorkomen van verkeersongelukken.

Zoek informatie op over dit onderwerp. Gebruik
hiervoor boeken uit de bibliotheek en/of het
internet.
Laat aan je horde zien wat je gemaakt hebt.

Maak een instructiefilm of presentatie over
veiligheid.
Kies iets uit het rijtje hieronder:

  • Voorkomen van brand
  • Voorkomen van verdrinken
  • Voorkomen van verkeersongelukken

Vertel en laat zien aan de horde waarom je
sommige dingen niet mag doen en welke
dingen je juist wel moet doen. Wat is veilig en
wat niet?

Geschiedenis

Geschiedenis


PDF

Het insigne “Geschiedenis” valt onder het activiteitengebied Samenleving.
De welpen laten zien dat ze kennis hebben van de geschiedenis van
Scouting, hun eigen woonplaats en Nederland.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1 Je eigen Scoutinggroep Maak een korte presentatie over je eigen Scoutinggroep. Kies uit de
onderstaande vragen drie vragen uit waar je iets over gaat vertellen.
Vertel wat je weet aan je horde.

  • Waar komt de naam
    van jouw Scoutinggroep vandaan?
  • Hoe lang bestaat
    jouw Scoutinggroep?
  • Heeft jouw
    Scoutinggroep een logo?
    Wat betekent het logo?
  • Wanneer werd jouw
    Scoutinggroep opgericht?
  • Hoeveel
    jeugdleden had jouw Scoutinggroep toen deze werd opgericht en hoeveel nu?
  • Hoe ziet jouw
    clubhuis er uit? Is er iets speciaal aan het gebouw?
  • Welke speltakken
    heeft jouw Scoutinggroep?
  • Wie was het
    eerste (jeugd-)lid van jouw Scoutinggroep?
  • Wie is er nu het
    oudste lid van jouw Scoutinggroep?
Maak een korte presentatie over je eigen Scoutinggroep. Kies uit de
onderstaande vragen vijf vragen uit waar je iets over gaat vertellen.
Zoek plaatjes of foto’s bij je presentatie. Je presentatie moet vijf
minuten duren.

  • Waar komt de naam van jouw Scoutinggroep vandaan?
  • Hoe lang bestaat
    jouw Scoutinggroep?
  • Heeft jouw
    Scoutinggroep een logo?
    Wat betekent het logo?
  • Wanneer werd jouw
    Scoutinggroep opgericht?
  • Hoeveel
    jeugdleden had jouw Scoutinggroep toen deze werd opgericht en hoeveel nu?
  • Hoe ziet jouw
    clubhuis er uit? Is er iets speciaal aan het gebouw?
  • Welke speltakken
    heeft jouw Scoutinggroep?
  • Wie was het
    eerste (jeugd-)lid van jouw Scoutinggroep?
  • Wie is er nu het
    oudste lid van jouw Scoutinggroep?
Maak een korte presentatie over je eigen Scoutinggroep. Zoek plaatjes
of foto’s bij je presentatie. Je presentatie moet vijf minuten duren
en antwoord geven op de volgende vragen:

  • Waar komt de naam van jouw Scoutinggroep vandaan?
  • Hoe lang bestaat
    jouw Scoutinggroep?
  • Heeft jouw
    Scoutinggroep een logo?
    Wat betekent het logo?
  • Wanneer werd jouw
    Scoutinggroep opgericht?
  • Hoeveel
    jeugdleden had jouw Scoutinggroep toen deze werd opgericht en hoeveel nu?
  • Hoe ziet jouw
    clubhuis er uit? Is er iets speciaal aan het gebouw?
  • Welke speltakken
    heeft jouw Scoutinggroep?
  • Wie was het
    eerste (jeugd-)lid van jouw Scoutinggroep?
  • Wie is er nu het
    oudste lid van jouw Scoutinggroep?
2 Wapen Een wapen is eigenlijk een logo van je dorp/stad, net zoals jouw
Scoutinggroep waarschijnlijk een logo heeft. Zoek uit wat het wapen is
van jouw dorp/stad/gemeente. Laat hier een plaatje van zien of maak er
een tekening van.
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij: Vertel wat je op het wapen ziet.
Zit er een betekenis achter het wapen?
Hetzelfde als niveau 2, met daarbij: Vertel wanneer en door wie het
wapen ontworpen is.
3 Bijzondere gebouwen/ beelden Loop met je leiding (of ouders) een rondje door jouw woonplaats.
Fotografeer alle bijzondere gebouwen, standbeelden of monumenten.
Bijvoorbeeld het stadshuis, de kerk of een oorlogsmonument. Laat de
foto’s aan je leiding zien.
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij: Maak een kort verslagje bij de
foto’s:

  • Welk
    gebouw/standbeeld heb je gefotografeerd?
  • Wat betekent het
    gebouw?
  • Wat vind jij van
    het gebouw?
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij: Maak een toeristische speurtocht
door jouw woonplaats, aan de hand van jouw zelfgemaakte foto’s. Vertel
de toerist welk gebouw hij ziet en wat daar bijzonder aan is. Laat de
welpen uit jouw horde toerist zijn in jouw woonplaats en de speurtocht
lopen.
4 Musea Er zijn veel musea voor kinderen, bezoek een museum met je leiding (of
ouders) en vertel over je bezoek in je horde.
Tip! Welpen van een waterscoutinggroep bezoeken natuurlijk het
Watermuseum in Arnhem, Scheepvaartmuseum in Amsterdam, een haven of
watertoren.
Er zijn veel musea voor kinderen, bezoek een museum met je leiding (of
ouders). Maak een folder over het museum waarin je schrijft wat de
vijf leukste dingen zijn in het museum.
Er zijn veel musea voor kinderen, maak een boekje van de leukste tien
musea en beschrijf wat er zo leuk is aan deze musea. Waarom zou je
deze musea moeten bezoeken? Bezoek hiervoor zelf één of twee musea van
je lijst en zoek informatie over musea op op het internet.
5 Je eigen tentoonstelling Maak van je clubhuis een museum met een tentoonstelling en leid de
bezoekers rond. Verzin met de horde een onderwerp waar jullie
tentoonstelling over gaat (bijvoorbeeld hobby’s, verzamelingen etc.)
en tover je clubhuis/lokaal om tot een echt museum.
Organiseer één onderdeel van de tentoonstelling. Zoek de voorwerpen
die je nodig hebt voor jouw onderdeel bij elkaar en vertel iets over
jouw onderdeel aan bezoekers van het museum.
Maak van je clubhuis een museum met een tentoonstelling en leid de
bezoekers rond. Verzin met de horde een onderwerp waar jullie
tentoonstelling over gaat (bijvoorbeeld hobby’s, verzamelingen etc.)
en tover je clubhuis/lokaal om tot een echt museum.
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij: Maak een reclameposter en de
toegangskaartjes voor het museum.
Maak van je clubhuis een museum met een tentoonstelling en leid de
bezoekers rond. Verzin met de horde een onderwerp waar jullie
tentoonstelling over gaat (bijvoorbeeld hobby’s, verzamelingen etc.)
en tover je clubhuis/lokaal om tot een echt museum.
Jij bent de museumeigenaar! Verzin een speurtocht door het museum.
Zorg dat er over alle dingen in het museum iets in de speurtocht
staat. Maak bijvoorbeeld een fotoroute of een quiz. Controleer de
kaartjes bij de ingang en deel de speurtocht uit. Controleer de
antwoorden als de speurtochten weer worden ingeleverd.
Let op!
Een museumeigenaar heeft altijd personeel in dienst. Doe
dit onderdeel dus niet alleen, maar vraag andere welpen om je hierbij
te helpen.
6 Standbeeld Maak een standbeeld of monument voor je eigen Scoutinggroep. Dit kan
je bijvoorbeeld doen van klei of papiermaché.
Maak een standbeeld van jouw held, dit kan een familielid zijn, een
vriend/vriendin of zelfs een stripfiguur. Waarom verdient jouw held
een standbeeld? En waar zou je het standbeeld willen plaatsen? Maak je
standbeeld van bijvoorbeeld klei of papiermaché.
Kies een Scoutingfeestdag en maak een standbeeld dat deze dag
uitbeeld. Scoutingfeestdagen zijn bijvoorbeeld St.Jorisdag, Denkdag of
Baden Powelldag. Dit standbeeld maak je bijvoorbeeld van klei of
papier-maché.
Ik

Ik


PDF

Het insigne “Ik” valt onder het activiteitengebied Identiteit. De welp denkt na over zijn/haar familie en de leefwereld dicht om hem/haar
heen.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Je familie
Teken of schilder een portret van jezelf.
Vermeld daarbij jouw hobby’s en je talenten.
Waar ben je goed in?
Maak een stamboom van je familie (vader,
moeder, broertjes, zusjes en grootouders).
Hetzelfde als niveau 2 met daarbij:
Voeg ooms, tantes, neven en nichten toe
aan de stamboom. Tot hoeveel generaties
kan je jouw familiestamboom tekenen?
2
Mijn horde
Maak een lied over de welpen. Daarin moet
naar voren komen wat jij zo goed en leuk
vindt aan de welpen. Je mag een bestaande
melodie gebruiken.
Hetzelfde als niveau 1 met daarbij:
Leer het lied aan je horde.
Hetzelfde als niveau 2 met daarbij:
Neem het lied op en zet het op CD/ mp3 of
plaats het als muziekbestand op een
website.
3
Wet en
belofte
Leer de wet en belofte uit je hoofd en vertel
aan je leiding in je eigen woorden wat de wet
en belofte betekenen.
Als welp heb je beloofd iedereen te helpen
waar je kan. Bedenk twee manieren waarop
je de andere welpen in jouw nest in 4 weken
kunt helpen om beter samen te werken.
Schrijf ze op, laat ze aan je leiding zien en
spreek af wanneer je doel is bereikt.
Gedurende zes weken help je een nieuwe
welp wegwijs te worden in de horde en in
jouw nest. Je staat klaar om vragen te
beantwoorden, je vertelt hoe het er in de
horde aan toe gaat, je legt dingen uit als ze
niet duidelijk zijn, je betrekt de nieuwe welp
bij activiteiten, je let er op dat de andere
kinderen vriendelijk zijn en je toont
belangstelling voor hoe de nieuwe welp zich
in de groep voelt.
4
Mijn
interesses
Schrijf een stukje voor in het logboek of op
de website van je groep. Geef hierin aan wat
jij het leukste vindt aan Scouting, wat je
andere hobby’s zijn en waar je het liefst naar
op vakantie zou willen dit jaar.
Hetzelfde als niveau 1 met daarbij:
Maak een plakboek met voorbeelden, foto's,
plaatjes, artikelen uit kranten of magazines
e.d. die laten zien hoe jouw leven er uit ziet.
Hetzelfde als niveau 2 met daarbij:
Overleg met je leiding of je je andere hobby
kunt laten zien aan de andere welpen in
jouw horde. Doe bijvoorbeeld een keer
samen de sport die jij beoefent, breng een
bezoek aan jouw hobbyclub of laat horen
welk muziekinstrument je bespeeld. Een
presentatie maken en dat laten zien aan de
andere welpen kan natuurlijk ook.
5
Mijn
Scoutinggroep
Hoe ziet jouw nest eruit? Maak een tekening,
schema of lijst waaruit duidelijk wordt wie er
allemaal in jouw nest zit. Geef ook aan wie
de helper en gids zijn.
Hoe ziet jouw horde eruit? Maak een
tekening, schema of lijst waaruit duidelijk
wordt hoeveel nesten, welpen en leiding er
zijn in jouw horde.
Hoe ziet jouw Scoutinggroep eruit? Maak een
tekening, schema of lijst waaruit duidelijk
wordt hoeveel speltakken er zijn en hoe de
organisatie van de groep in elkaar zit.
6
Mijn beroep
Wat zou jij later het liefst willen worden?
Maak een collage of poster van jouw
lievelingsberoep.
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij:
Voeg twee lievelingsberoepen toe van twee
welpen uit jouw nest.
Hetzelfde als niveau 2, met daarbij:
Zoek uit welke opleiding of ervaring je nodig
hebt om jullie lievelingsberoepen uit te
oefenen. Voeg deze informatie toe aan je
poster.
Journalist

Journalist


PDF

Het insigne “Journalist” valt onder het activiteitengebied Expressie. De welp laat zien dat hij/zij kennis heeft van verschillende vormen van media (foto, film,
geschreven pers).

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Fotograferen
Laat aan je leiding zien dat je een digitaal
fototoestel kunt bedienen en waar alle
functies op het toestel voor zijn.
Hetzelfde als bij niveau 1 met daarbij: Maak
een foto van de opening en sluiting van je
horde. Zet ook heel je horde op een
groepsfoto. Laat de foto’s afdrukken en hang
ze in het clubhuis.
Laat aan je leiding zien dat je de gemaakte
foto's kunt uploaden op een computer en in
een bestand kunt zetten. Verstuur (met hulp
van je leiding) de foto's via de e-mail aan de
(ouders van de) andere welpen in je horde.
2
Filmen
Laat aan je leiding zien dat je een
videocamera kunt bedienen en waar alle
functies op de camera voor zijn.
Hetzelfde als bij niveau 1 met daarbij:
Maak opnamen van een opkomst van je
horde. Vertel erbij wat er gebeurt. Laat de
opname aan je leiding/horde zien.
Bedenk een filmscenario en laat dit spelen
door enkele kinderen van je horde, terwijl jij
hier als regisseur filmopnames van maakt.
Laat de film aan je horde zien.
3
Verslaglegging
Vraag aan minimaal drie andere welpen in je
horde wat zij het leukste vinden om te doen
op Scouting. Maak foto's van deze
activiteiten, laat ze zien aan je horde en
vertel erbij waarom de welpen op de foto’s
deze activiteiten zo leuk vinden.
Vraag aan minimaal drie andere welpen in je
horde wat zij het leukste vinden om te doen
op Scouting. Maak hier filmopnames of foto’s
van en laat dit na afloop zien aan je horde.
Voorzie de beelden van commentaar of de
foto’s van tekst.
Leg aan een andere welp uit hoe jouw
filmcamera werkt. Deze welp maakt opnames
van jou, terwijl jij als een echte 'reporter'
verslag doet van minimaal drie verschillende
activiteiten van jouw horde. Vertel er ook bij
waarom de andere welpen deze activiteiten
juist wel of juist niet leuk vinden.
4
Interviewen
Bedenk (met behulp van je leiding) vijf
vragen over het ontstaan van je
Scoutinggroep en interview daar een
bestuurslid over die veel van de groep weet.
Schrijf het vervolgens op in het logboek of
verwerk je interview tot een artikel voor op je
groepswebsite.
Interview een bestuurslid over het ontstaan
van de groep en zoek uit hoe Scouting in
Nederland is ontstaan. Beschrijf dit in een
verslag van één A4 en presenteer het aan je
horde.
Interview minimaal één leidinggevende, en
één jeugdlid van een andere speltak over wat
zij het leukste vinden aan jullie
Scoutinggroep. Maak hiervan een verslag
van twee A4tjes met foto's van de
geïnterviewden voor het clubblad of de
website van jouw Scoutinggroep.
5
Fotospeurtocht
Maak een aantal foto's in en rond het
clubhuis. De eerste foto laat je aan je nest
zien. Als ze weten waar het is, dan moeten
ze naar die plek gaan. Daar heb je de
volgende foto in een envelop klaargelegd en
zo gaat het groepje verder op zoek. Gebruik
minimaal tien foto's en vraag je leiding om te
helpen het spel voor te bereiden.
Maak een aantal foto's van bekende plekken
of gebouwen in je dorp of stad. Probeer ook
iets van de geschiedenis uit te zoeken van de
plekken en gebouwen die je fotografeert.
Presenteer de foto's aan je horde. Wie
herkent de foto's?
Maak (met hulp van je leiding) een
fotospeurtocht rondom het clubhuis. Je
maakt foto’s van opvallende plaatsen. Zet de
foto’s in de goede volgorde in een bestand,
of laat ze afdrukken en plak ze in de juiste
volgorde. De andere nesten kunnen jouw
speurtocht lopen door van de ene foto naar
de andere foto te lopen. Kan iedereen met
behulp van jouw foto's de weg vinden?
6
Scoutingkennis
Kies een onderwerp over Scouting waar jij
graag meer zou willen weten. (Bijvoorbeeld
geschiedenis, knopen, vuur stoken,
kamperen, het jungleverhaal etc.) Bedenk
hierover (met hulp van je leiding) een aantal
vragen. Zoek de antwoorden op op internet
en schrijf ze op. Laat de leiding de
antwoorden controleren.
Kies een onderwerp over Scouting waar jij
graag meer zou willen weten. (Bijvoorbeeld
geschiedenis, knopen, vuur stoken,
kamperen, het jungleverhaal etc.) Bedenk
zelf de vragen, zoek de antwoorden op op
internet of in de bibliotheek. Je maakt een
kort verslagje/opstel van de antwoorden die
je hebt gevonden. Laat het verslag/opstel
door je leiding lezen.
Hetzelfde als bij niveau 2 met daarbij:
Fleur je verslag op door er een collage, foto’s
of filmbeelden aan toe te voegen die te
maken hebben met het onderwerp wat je
hebt gekozen.
Kampvuur

Kampvuur


PDF

Het insigne “Kampvuur” is één van de vijf insignes die speciaal ontworpen en bedacht zijn voor de oudste welpen. De vijf insignes bereiden voor op de scouts en zijn daarom - in principe- bedoeld voor de oudste welpen (gidsen).
Uitleg voor de welp
Tijdens je tijd bij de welpen heb je al vaak bij een kampvuur gezeten, liedjes gezongen, naar spannende verhalen geluisterd, de bonte avond gevierd of broodjes gebakken. Maar als je straks naar de scouts gaat, ga je leren hoe je zelf veilig een kampvuur kan maken.
Als oudste welp mag je daar alvast een keer aan proeven. Dit insigne kun je halen samen met de andere oudste welpen of alleen door de volgende opdrachten correct uit te voeren:

  • Laat je leiding zien dat je een kampvuur kan bouwen, aansteken en doven. Vertel wat je nodig hebt om een vuur (veilig) te kunnen maken.
  • Bak een broodje boven je eigen kampvuur en maak je het gezellig door vijf Scoutingliedjes te zingen.

Bij deze opdrachten zal ook gelet worden of je let op veiligheid en hygiëne. Indien je de opdrachten op een goede manier gedaan hebt, heb je het insigne kampvuur verdiend.
Uitleg voor de leiding
Om te beoordelen of de welp het insigne verdiend heeft, moet de welp natuurlijk de opdrachten goed afronden (zie de beschrijving hierboven). Tijdens de opdrachten kan je op de volgende punten letten om te beoordelen of de welp voldoende kennis en kunde in huis heeft.

  • Heeft de welp voldoende hout gesprokkeld? Zowel klein als groot hout.
  • Heeft de welp bedacht hoe hij/zij het vuur makkelijk aankrijgt en aanhoudt? (Bijvoorbeeld door te kijken naar de ondergrond en gebruik te maken van klein aanmaakhout gevolgd door steeds dikker hout)
  • Heeft de welp kennis over basis veiligheidsaspecten rond het kampvuur? (Waaronder kleding, afstand tot vuur, zorgen voor een emmer water, weten dat je moet koelen als je je verbrandt hebt)
  • Kan de welp uitleggen hoe je er voor zorgt dat je vuur krijgt? En wat je moet doen om het vuur te doven? (kennismaking met elementen van de branddriehoek, maar hoeven dat niet zo letterlijk te kennen)
  • Heeft de welp voor het bakken van het broodje zijn/haar handen gewassen en is het broodje goed gaar en niet aangebrand?
  • Dit insigne kan door een welp alleen gehaald worden, maar ook samen met andere welpen. Wanneer de welpen het insigne samen halen let dan ook op de samenwerking tussen de welpen en of ze op elkaars veiligheid letten.
Knopen

Knopen


PDF

Het insigne “Knopen” valt onder het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. De welpen leren de basisbeginselen van omgaan met touw. Welke
knopen bestaan er en waar dienen ze voor? Wat zijn de eigenschappen van touw? Dit bereid hen voor op het grotere pionierwerk wat volgt bij de scouts.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Knopen
Aan de hand van instructie of voorbeeld zelf
kunnen maken:
- halve steek
- achtknoop
- slipsteek
Maak met behulp van de knopen van dit
niveau je eigen armbandje of ketting.
Hetzelfde als bij niveau 1 met daarbij:
- platte knoop
- mastworp
Maak je eigen knopenbord waar je de knopen
van niveau 1 en 2 op vast maakt.
Hetzelfde als bij niveau 2 met daarbij:
- paalsteek
- schootsteek
- timmersteek
Maak je eigen knopenbord met de knopen
van de drie niveaus.
2
Spelen met
knopen
Maak een touw om mee te touwtrekken. Maak
hiervoor een lapje stof vast in het midden van
het touw. Leg ook een aantal knopen in het
touw waar de welpen zich aan vast kunnen
houden bij het touwtrekken. Speel een
spelletje touwtrekken met je horde.
Maak met behulp van minimaal 3 touwen en
platte knopen een superlang springtouw waar
je met minimaal 10 personen mee kunt
touwtje springen. Ga met elkaar touwtje
springen.
Maak met behulp van de door jou geleerde
knopen een 'bandschommel', met behulp van
een touw en autoband aan een balk of stevige
boomtak. Laat je schommel controleren door
de leiding.
3
Creatief met
touw
Wat is het sterkst? Probeer een jerrycan met
water op te hangen. Neem bijvoorbeeld lang
gras, gevlochten gras, sisaltouw, een panty,
heel dik touw etc. Met welk ‘touw’ blijft de
jerrycan het beste hangen?
Maak je eigen touw van materialen uit de
natuur. Maak het zo sterk mogelijk door te
vlechten of strengen te draaien.
In het clubhuis zijn verschillende touwen.
Maak een collage met stukjes van het touw.
Of
Teken de verschillende soorten touw na en
schrijf er bij voor welke activiteit je welk soort
touw gebruikt.
4
Omgaan
met touw
Laat zien dat je met hulp van je leiding,
touwen goed kunt opslaan/opschieten en
opruimen.
Leg aan andere welpen uit hoe ze zelf touwen
goed kunnen opslaan/opschieten en
opruimen.
Controleer of de touwen in je clubhuis goed
zijn opgeslagen/opgeschoten en opgeruimd
en verbeter het als dit nodig is. Als touwen
rafelig zijn, laat dit dan aan de leiding zien,
zodat de leiding dit kan repareren.
5
Leer iemand
anders een
knoop
Vertel aan de andere welpen waarvoor je de
knopen van opdracht 1 (niveau 1) kunt
gebruiken.
Leg aan de andere kinderen van je horde of
nest uit hoe ze de knopen van opdracht 1
(niveau 1) moeten maken.
Leg aan enkele andere welpen van je horde
of nest uit hoe ze de knopen van opdracht 1
(niveau 2) moeten maken en controleer of ze
het goed doen.
6
Knopen
estafette
Doe met hulp van je leiding een
'slipsteekestafette'. Neem voor elk groepje
een touw. In elk touw leg je net zoveel
slipsteken als er kinderen in een groepje
zitten. Dus: heb je 4 groepjes met elk 5
welpen, dan neem je 4 touwen en maak je in
elk touw 5 slipsteken. De touwen worden bij
het keerpunt neergelegd. Om beurten rent
een welp van elk nest naar het touw en trekt
er een slipsteek uit. Heb je de slipsteken
goed gemaakt en lukt het om alle slipsteken
één voor één los te trekken, dan hebben de
andere kinderen jou uit de knoop geholpen
en ben je geslaagd voor deze test!
Doe met hulp van je leiding een estafette
met je horde. Elk nest krijgt 4 palen en een
touw. Leg eerst uit hoe ze de palen met
behulp van een timmersteek aan elkaar vast
moeten maken. Van elk nest moet de loper
steeds 5 à 10 meter afleggen tot het
keerpunt, hij/zij sleept de bundel palen
achter zich aan. Als de knoop goed vast zit,
lukt dit! Bij het keerpunt omdraaien en
terugrennen en de bundel overgeven aan de
volgende. Het nest dat het eerste klaar is
wint. Als een bundel palen losgaat, moet
deze eerst opnieuw met een timmersteek
vastgebonden worden.
Doe met hulp van je leiding een 'platte knopen'
estafette. Leg eerst uit aan de andere welpen in je
horde hoe ze een platte knoop moeten maken.
Van elk estafettegroepje moet de loper die bij het
keerpunt komt, eerst een platte knoop maken,
voordat hij/zij weer terug mag rennen om de
volgende aan te tikken.
Koken

Koken


PDF

Het insigne “Koken” valt onder het activiteitengebied Veilig & Gezond. De welpen laten zien dat ze een handje kunnen helpen bij het bereiden van een maaltijd,dat ze kennis hebben van gezond eten en dat ze ook tijdens een kampvuur iets lekkers weten klaar te maken.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Menukaart
Je hebt een restaurant. Maak de menukaart
voor een menu met drie gerechten. Een
voorgerecht zoals salade of soep, een
hoofdgerecht en een toetje. Versier de
menukaart zo mooi mogelijk.
Je bent de eigenaar van een restaurant en je
gaat de menukaart maken. Voorop komt
natuurlijk de naam van het restaurant. Aan
de binnenkant twee voorgerechten, drie
hoofdgerechten en drie desserts.
Je bent de eigenaar van een restaurant en je
gaat de menukaart maken. Voorop komt
natuurlijk de naam van het restaurant. Aan
de binnenkant drie voorgerechten, vier
hoofdgerechten en vier desserts. Denk ook
aan wat je gasten kunnen drinken in jouw
restaurant.
2
Boodschappen
Help de leiding (of je ouders) mee met het
maken van een boodschappenlijstje voor een
gerecht, bijvoorbeeld tijdens een kamp. Ga
met de leiding (of je ouders)mee
boodschappen doen.
Bedenk wat je wilt eten, bijvoorbeeld op
kamp. Maak zelf het boodschappenlijstje wat
je hiervoor nodig hebt. Als de lijst klaar is ga
je naar de winkel. Probeer zelf de
boodschappen te doen. Je leiding of ouders
mogen nog wel wat tips geven.
Bedenk wat je een keer wilt eten,
bijvoorbeeld op kamp. Schrijf de
boodschappenlijst op. Probeer ook te
berekenen wat de boodschappen gaan
kosten. Ga zelf boodschappen doen. Had je
de kosten goed ingeschat?
3
Verpakking
Maak je eigen frietzak. Neem een groot A3
vel en teken je eigen frietzak. Kleur- versier
de zak en vouw hem in een echte puntzak.
Hoe heet jouw snackbar?
Je krijgt een bouwtekening voor een doosje
waarin je popcorn kan doen. Versier de
achterkant van de tekening en zet de doos
daarna in elkaar.
Teken zelf een bouwtekening voor een
doosje. Denk aan de plakranden. Versier de
bouwtekening en zet het in elkaar. Maak van
je doosje een snoepdoosje en trakteer je
horde vanuit je eigen gemaakte snoepdoos.
4
Koken
Help mee met het bereiden van een maaltijd.
Maak bijvoorbeeld de salade of het toetje. In
ieder geval iets dat je niet warm hoeft te
maken.
Help mee met het snijden van voedsel. Laat
je leiding/ ouders voordoen hoe je veilig en
schoon kunt werken.
Help mee met het bereiden van de hele
maaltijd. Help mee aardappels schilen en ze
koken. Je leiding/ouders zullen je vertellen
wat je moet doen en waar je op moet letten.
Wat moet je doen als je je verbrand aan het
kooktoestel?
5
Koken op vuur
Niks leukers dan eten klaarmaken boven/in
een vuurtje. Rooster een marshmallow tot hij
goed warm is, pas op dat hij niet aanbrandt.
Eet hem op, dit is ook lekker tussen twee
biscuitjes.
Niks leukers dan eten klaarmaken boven/in
een vuurtje. Pof een (aard-)appel in het
kampvuur. Laat hem afkoelen en eet hem
lekker op.
Niks leukers dan eten klaarmaken boven/in
een vuurtje. Help de leiding mee om
brooddeeg te maken, zoek je eigen stok en
maak met je zakmes een punt aan de stok.
Draai het deeg om je stok en bak je eigen
broodje, boven het kampvuur, bruin.
6
Spelletjes over
eten
Teken de vakken van de “Schijf van 5” op
een groot papier. Om de beurt noemt een
welp uit je horde iets van eten op. Ga bij het
juiste vak staan waar dat product in thuis
hoort. Heb je de helft goed?
Teken vier vakken voor de verschillende
smaken: zuur, zoet, zout, bitter. De leiding
noemt etenswaar of laat jou geblinddoekt iets
proeven. Vertel vervolgens wat je gezien/
geproefd hebt. Welke smaak hoort er bij dit
eten?
Maak je eigen quiz over gezond eten of over
gerechten uit verschillende landen. Bedenk
minimaal tien vragen. Test de voedselkennis
van de welpen in jouw horde. Wie weet het
meeste over gezond eten of gerechten uit
verschillende landen?
Kunstenaar

Kunstenaar


PDF

Het insigne “Kunstenaar” is gekoppeld aan het activiteitengebied Expressie. De welpen zijn bij dit insigne bezig met verschillende manieren van
handvaardigheid: stempelen, kleien, tekenen, ontwerpen, papier maché, textiele werkvormen etc.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Poppenkastpop
Maak een poppenkastpop van een pollepel.
Dit kan door het gebruik van verf, lapjes stof
en ander knutselmateriaal.
Maak één of meerdere vingerpopjes van stof.
Als basis kan ook een pingpongbal of
luciferdoosje gebruikt worden.
Of
Maak een sokpop van een oude sok. Voor
jongere welpen kan de sok versiert worden
met stiften of verf. Oudere welpen kunnen
wellicht ook al bijvoorbeeld knopen op de sok
naaien als ogen.
Maak een poppenkastpop van papier maché.
De details in het gezicht moeten met papier
maché extra goed zichtbaar worden gemaakt,
anders vallen ze niet op.
Let op! Het maken van een papier maché pop
kost meestal twee opkomsten, als je de
poppen ook nog wilt kunnen beschilderen.
2
Schilderen
Maak samen een schilderij door het spelen
van een estafette. De leiding legt ballonnen
gevuld met verf op een doek. Met de horde
wordt er een estafette gespeeld. Om de beurt
rent er een welp naar het doek, bij het doek
prikt de welp een ballon stuk.Rent terug en
dan mag de volgende. Na afloop schildert
iedereen zijn naam op het doek en het
schilderij is klaar.
Welk nest heeft als eerste het schilderij klaar?
Maak twee of meer teams. Ga in
estafettevorm over een hindernisbaan.
Vooraan ligt het voorbeeld, dus hier kan je
zien hoe het schilderij moet worden. Aan het
eind ligt een leeg doek of leeg vel papier
klaar. Schilder één ding van het schilderij en
ren weer terug. Welke groep heeft het
schilderij gemaakt dat het meest op het
voorbeeld lijkt?
Op een plek wordt een verhaal (bijvoorbeeld
van jungleboek) steeds opnieuw voorgelezen
of afgespeeld. Op een afstandje ligt een
schildersdoek of tekenvel per nest. Verdeel
samen de tijd tussen luisteren naar het
verhaal, overleggen hoe het schilderij dat erbij
past moet worden en het tekenen en
schilderen van dit schilderij. Laat dit spel
bijvoorbeeld 30 minuten duren en bekijk
daarna elkaars schilderijen.
3
Knap je
clubhuis op
Help mee met het opvrolijken van het clubhuis
of wachtschip. Maak bijvoorbeeld een bord of
schild om je nesthoek te versieren of om
gewoon aan de muur te hangen.
Maak plannen voor het opvrolijken van het
clubhuis of wachtschip en voer deze uit. Maak
bijvoorbeeld een tekening voor aan de muur,
een schilderij, pennenbakje of
Scoutingbeeldje.
Overleg met de leiding om een kast of tafel te
versieren. Maak een plan met schets, teken
de lijnen en maak de afbeelding.
4
Stempelen,
kleien of
figuurzagen
Maak een aardappelstempel.
Druk de stempel in de verf en versier een vel
papier. Maak van gekleurd karton een lijstje
en plak die om het vel papier heen.
Kies een dier uit jungleboek dat je graag van
klei wilt maken. Zoek plaatjes van dit dier,
zodat je weet hoe het dier eruit ziet.
Let op! Zorg er voor dat er geen lucht in de
klei komt, want dan kan het beeldje stuk gaan!
Figuurzaag je favoriete dier uit jungleboek.
Teken het dier na van een plaatje, of trek het
over op het plaatje triplex. Als je het dier hebt
uitgezaagd kan je het inkleuren met verf of
stift.
5
Wenskaart
Knutsel een leuke wenskaart. Bijvoorbeeld
een verjaardagskaart of een kaart voor vader- of
moederdag.
Bedenk wie binnen je Scoutinggroep een
kaartje verdiend. Kies een jungledier dat bij
diegene past. Knutsel voor hem of haar een
mooie kaart. En schrijf er op waarom je juist
hem of haar de kaart geeft.
Maak een 3D-kaart van je favoriete jungledier.
Een 3D-kaart kan zo gevouwen zijn dat er iets
beweegt als je de kaart open maakt, of de
kaart heeft verschillende diktes doordat er
stukjes schuim tussen de twee lagen papier
zijn geplakt.
6
T-shirt
Maak je eigen T-shirt door je T-shirt te
batikken (tie-dye).
Maak een eigen sjabloon voor een T-shirt, wat
je aanbrengt door middel van textielverf. Het
sjabloon kan je vaker gebruiken zodat de
afbeelding meerdere keren en evt. in
meerdere kleuren op je shirt komt. Zo krijgt
iedereen een uniek, zelfgemaakt T-shirt.
Let op! Knoei niet op je Scoutfit, want
textielverf krijg je niet uit je kleren. Trek
bijvoorbeeld een vuilniszak als schort aan en
stroop je mouwen op.
Maak een eigen sjabloon voor het hele T-shirt
en maak je T-shirt door middel van zeefdruk.
Het sjabloon moet goed groot zijn dat alles
wat je niet geverfd wil hebben bedekt is door
je sjabloon. Vraag de leiding om advies en
hulp.
Let op! Doe deze activiteit onder begeleiding.
Leiding voor één keer

Leiding voor één keer


PDF

Het insigne “Leiding voor één keer” is één van de vijf insignes die speciaal ontworpen en bedacht zijn
voor de oudste welpen. De vijf insignes bereiden voor op de scouts en zijn daarom - in principebedoeld voor de oudste welpen (gidsen).
Uitleg voor de welp
Je hoort bij de oudste welpen en misschien zit je al wel drie jaar, of langer, bij Scouting. Dan heb je aan heel wat programma´s en activiteiten meegedaan. En mogelijk weet je zelfs wel beter dan jouw leiding wat nou precies leuk is, en wat niet. Daarom ga je bij het insigne ‘Leiding voor één keer’ zelf een (deel van een) opkomst voorbereiden en uitvoeren. Deze opdracht doe je samen met de andere gidsen van je horde.
Je kan natuurlijk een bal en 4 pionnen pakken en een potje voetbal gaan spelen, maar bij dit insigne komt net even iets meer kijken.
Bedenk/ Organiseer een activiteit voor de andere welpen. Hierbij moet je aan de volgende dingen denken:

  • Bedenk een activiteit waaraan alle welpen kunnen meedoen.
  • Bespreek met je leiding wat je gaat doen. Zij kunnen jullie tips geven over of het wel of misschien een minder goede activiteit is.
  • Bespreek met de leiding welke materialen jullie nodig hebben. Zijn die materialen op het clubhuis, regelt de leiding deze, of zorgen jullie er zelf voor dat alle materialen er zijn?
  • Verdeel de taken. Wie vertelt de welpen wat de bedoeling is?Wie legt de spelregels uit? Wat doet iedereen tijdens de activiteit? (Denk aan materialen klaarleggen, posten bemannen, limonade maken, etc. etc.)
  • Als je meerdere activiteiten doet, bedenk dan hoe lang elke activiteit duurt en schrijf dit op in een draaiboek.
  • Bespreek het draaiboek met de leiding, is het compleet? Waar heb je nog ondersteuning van de leiding bij nodig?
  • Je voert tijdens de opkomst je activiteit (samen met de leiding) uit.
  • Na het uitvoeren van de activiteiten ruim je alles weer op en bespreek je samen met de leiding wat jullie er van vonden.

Uitleg voor de leiding
Om dit insigne te halen is het de bedoeling dat de welpen zelfstandig (een deel van) het programma kunnen samenstellen, voorbereiden en uitvoeren. Als leiding voel jij het beste aan wat jouw gidsen al wel en niet kunnen. Openen zij of doen jullie als leiding dat? Kan je aan de zijlijn blijven staan of moet je iets meer aansturen? Bij dit insigne gaat het om de ervaring van het leiding geven, niet om de perfectie hiervan. Het is dus als leiding prima toegestaan tips en trucs te geven, het moet uiteindelijk (op welke manier dan ook) een succeservaring voor de welpen worden.
Bij het zijn van ‘leiding voor één keer’ kun je op de volgende punten letten:

  • Hebben de oudste welpen allemaal een bijdrage geleverd?
  • Is er goed samengewerkt?
  • Hebben ze hun best gedaan een programma te maken dat aantrekkelijk is voor alle leden?
Nachtje kamperen

Nachtje kamperen


PDF

Het insigne “Nachtje kamperen” is één van de vijf insignes die speciaal ontworpen en bedacht zijn voor de oudste welpen. De vijf insignes bereiden voor op de scouts en zijn daarom - in principe bedoeld voor de oudste welpen (gidsen).
Uitleg voor de welp
Bij de welpen ben je al een aantal keren op weekendkamp en zomerkamp geweest. Scouts gaan ook op kamp, maar dan in een tent: die ze ook nog zelf opzetten! Weet jij eigenlijk wel wat je moet meenemen om in een tent te kunnen slapen en hoe je een tent moet opzetten? Dat ga je ontdekken als je dit insigne haalt.
Wat moet je doen voor dit insigne:

  • Maak een lijstje van wat je allemaal nodig hebt om in een tent te kunnen slapen en pak je tas in.
  • Slaap een nachtje in een tent die je samen met de andere oudste welpen en de leiding hebt opgezet.
  • Zorg er aan het einde van jullie kampeernachtje voor dat de tent weer netjes en droog in de tentzak zit of hang de tent samen met je leiding uit.
  • Het is belangrijk om te weten wat je moet doen om de tent waterdicht te houden, vraag dit aan je leiding en maak hier samen met de andere oudste welpen een poster van.

Bij deze opdrachten zal gelet worden of je op een goede manier met het materiaal omgaat en of je goed met de andere welpen samenwerkt. Indien je de opdrachten op een goede manier gedaan hebt, heb je het insigne kamperen verdiend.
Uitleg voor de leiding
Om te beoordelen of de welp het insigne verdiend heeft, moet de welp natuurlijk de opdrachten goed afronden (zie de beschrijving hierboven). Tijdens de opdrachten kan je op de volgende punten letten om te beoordelen of de welp voldoende kennis en kunde in huis heeft.

  • Hebben de welpen bij zich wat er op hun paklijst staat en was de lijst compleet?
  • Hebben de welpen bij het opzetten van de tent rekening gehouden met een vlakke ondergrond?
  • Hebben de welpen goed met elkaar samengewerkt bij het opzetten en afbreken van de tent en heeft iedereen hieraan een steentje bijgedragen?
  • Hebben de welpen de tent goed opgezet, zodat ze droog blijven bij een eventuele regenbui?
  • Hebben de welpen de tent netjes en schoon opgeruimd?
Natuur

Natuur


PDF

Het insigne “Natuur” valt onder het activiteitengebied Buitenleven. Door middel van verschillende activiteiten laten de welpen zien dat ze kennis hebben van seizoenen, planten en dieren.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Dierenmasker
Maak een dierenmasker van je lievelingsdier.
Zoek bijvoorbeeld een masker op het internet
dat je inkleurt.
Maak zelf een dierenmasker van je
lievelingsdier. Teken je dier op bijvoorbeeld
karton en versier het met stift, verf, crêpe
papier, enz. Vraag je leiding (of ouders) om te
helpen bij het passend maken van het
masker.
Maak zelf een 3D masker van je
lievelingsdier. Maak gebruik van karton, wol,
stof, crêpe papier of maak het masker van
gips of papier-maché.
2
Seizoenen
Maak een kijkdoos over een seizoen( lente,
zomer, herfst of winter) Knip plaatjes uit
tijdschriften en teken zelf hoe de natuur er in
dat seizoen uit ziet. Hoe zien de bomen er uit
in het seizoen wat jij gekozen hebt? Welke
dieren zie je wel of juist niet? Je kunt ook
echte dingen uit de natuur gebruiken, zoals
blaadjes, bloemen en noten.
Let op! Geen blaadjes of bloemen van bomen
of struiken halen. Gebruik alleen dingen die je
op de grond vindt. Vraag aan je leiding wat je
wel en niet mag gebruiken.
Maak een kijkdoos over de overgang van het
ene seizoen naar het andere seizoen,
bijvoorbeeld van de zomer naar de herfst.
Gebruik plaatjes, foto’s en tekeningen en ook
echte blaadjes en bloemen. Laat goed zien
wat de verschillen zijn tussen de twee
seizoenen. Waar zie je dat aan in de natuur?
Hoe zien de bomen er uit in de twee
seizoenen die jij gekozen hebt? Welke dieren
zie je wel of juist niet?
Let op! Geen blaadjes of bloemen van
bomen of struiken halen. Gebruik alleen
dingen die je op de grond vindt. Vraag aan je
leiding wat je wel en niet mag gebruiken.
Maak een kijkdoos met daarin de vier
seizoenen. Gebruik plaatjes, foto’s en
tekeningen, maar ook echte blaadjes en
bloemen. Zorg er voor dat iedereen goed kan
zien welk deel van jouw kijkdoos bij welk
seizoen hoort.
Let op! Geen blaadjes of bloemen van bomen
of struiken halen. Gebruik alleen dingen die je
op de grond vindt. Vraag aan je leiding wat je
wel en niet mag gebruiken.
3
Natuurposter
Maak een poster over de natuur. Kies een
onderwerp uit het rijtje hieronder.

  • van rups tot vlinder
  • van bloembol tot bloem
Maak een poster over de natuur. Kies een
onderwerp uit het rijtje hieronder.

  • van kikkerdril tot kikker
  • kringloop van planten en bomen
  • kringloop van water
Maak een poster over de natuur. Kies 1
onderwerp uit het rijtje hieronder.

  • kringloop van zuurstof
  • voedselketen
4
De natuur in
Bezoek samen met je ouders of horde één
van dingen uit het lijstje hieronder:

  • een bezoekerscentrum van
    bijvoorbeeld een natuurgebied
  • dierentuin
  • kinderboerderij
  • een museum over natuur /dieren
  • heemtuin of botanische tuin

Volg de speurtocht voor kinderen als deze
aanwezig is.

Hetzelfde als bij niveau 1, met daarbij:
Ga tijdens je bezoek op de foto met het dier,
de plant of boom die jij het mooiste vindt. Laat
de foto aan de leiding zien en vertel waar je
bent geweest en wat je weet van de
plant,boom of dier waar je mee op de foto
staat.
Hetzelfde als bij niveau 1 en 2, met daarbij:
Maak een plattegrond van (een deel) de tuin,
bezoekerscentrum etc. waar je bent geweest.
Schrijf er bij welke planten/dieren waar te
zien zijn. Plak je foto van niveau 2 op de
goede plek in de plattegrond.
5
Natuur om de
hoek
Welke (water-)dieren en (water-) planten zijn
er bij jouw clubhuis in de buurt? Doe een
sporenonderzoek. Schrijf vijf verschillende
bomen / planten/ dieren op die je bent
tegengekomen.
Tip! Gebruik de zoekkaarten van
Natuurmonumenten, deze kan je bestellen op
www.natuurmonumenten.nl
Zoek een pootafdruk van een dier en maak
hier een gipsafdruk van. De leiding (of je
ouders) kunnen je helpen gips te maken en
de afdruk te maken. Zoek ook op van welk
dier de pootafdruk is.
Baken een vierkante meter af in het bos,
langs de waterkant of onder een rijtje
stoeptegels. Tel vervolgens hoeveel beestjes
en/of plantjes je in deze vierkante meter
tegenkomt.
Probeer de beestjes die je tegenkomt in je
afgezette vierkante meter te herkennen met
hulp van de zoekkaart. Maak een poster van
je vondst. Teken de dieren/planten na en
schrijf de naam erbij.
6
Groei en bloei
Plant een bloembol in een pot en versier de
pot met bijvoorbeeld crêpe papier of verf.
Verzorg de bloembol goed.
Plant een bloembol in een pot en versier de
pot. Zoek op wat de bol nodig heeft om een
mooie bloem te kunnen worden. Vertel dit
aan je leiding.
Plant een bloembol in een pot en versier de
pot. Zoek op wat de bol nodig heeft om een
mooie bloem te kunnen worden. Kijk elke dag
goed naar je bloembol en teken wat je ziet.
Laat dit verslag aan je leiding zien.
Pionieren

Pionieren


PDF

Het insigne “Pionieren” is één van de vijf insignes die speciaal ontworpen en bedacht zijn voor de oudste welpen. De vijf insignes bereiden voor op de scouts en zijn daarom - in principe- bedoeld voor de oudste welpen (gidsen).
Uitleg voor de welp
Pionieren is het maken van voorwerpen van hout en touw, zoals bijvoorbeeld bruggen, torens en speeltoestellen. Pionieren is een traditionele Scoutingtechniek die je waarschijnlijk nog heel vaak op Scouting zult gebruiken. Zeker als je straks gaat overvliegen naar de scouts. Dan ga je bijvoorbeeld je eigen keuken pionieren. Om je alvast een beetje voor te bereiden, kun je nu als (oudste) welp alvast het insigne pionieren behalen door onderstaande opdracht te doen. Pionieren gaat niet makkelijk alleen, zoek dus nog een welp die samen met jou aan dit insigne wil gaan werken.
Bij de welpen heb je waarschijnlijk nog niet zo heel vaak gepionierd, dan zul je eerst wat moeten oefenen met het pionieren. Vraag je leiding of ze je kunnen helpen bij het oefenen met de kruissjorring. Als je deze sjorring voldoende in de vingers hebt, kun je de opdracht gaan doen.
Natuurlijk mag de leiding altijd een beetje helpen als het je niet helemaal lukt.
Pionier een bankje van hout en touw. Hierbij moet je aan de volgende dingen denken:

  • Zorg dat het bankje stevig in de grond staat. Een grondboor kan hierbij handig zijn.
  • Zorg ervoor dat de hoogte van het bankje zo is, dat je er goed op kunt zitten.
  • Zorg ervoor dat je alle materialen gebruikt waar ze voor bedoeld zijn.

Uitleg voor de leiding
Afhankelijk van het niveau van pionieren van je oudste welpen, zul je ze eerst nog wat moeten laten
oefenen met het maken van een kruissjorring. Als je denkt dat je oudste welpen er klaar voor zijn,
kunnen ze het insigne gaan halen.
Voor het kunnen behalen van dit insigne is het de bedoeling dat de welpen zelfstandig een simpel
bankje kunnen pionieren (illustratie van laten maken). Zorg als leiding ervoor dat het materiaal dat de
welpen nodig hebben klaar ligt. Mochten de balken te zwaar zijn voor sommige welpen, of de
grondboor te groot dan mag je best helpen.
Bij het bouwen van het bankje kun je op de volgende punten letten:

  • Staat het bankje stevig in de grond? En kun je er ook echt op zitten?
  • Zijn de kruissjorringen goed gemaakt? Zijn ze stevig en netjes genoeg? En helemaal
    zelfstandig gedaan?
  • Wordt er goed omgegaan met het materiaal?
  • Is er goed samengewerkt om het bankje te maken?

Bouwinstructie gepionierd bankje:
Materiaal:
4 piketpaaltjes
3-5 pionierpalen van ongeveer 2 meter
2 pionierpalen van ongeveer 1 meter
6 touwen / bol sisaltouw
Grondboor
Sleg
Evt. een houten plank om op de twee liggers te maken tot bankje
Stap 1: Leg de zitting van het bankje (een paar balkjes of plank) op de grond. Je kunt dan
eenvoudig bepalen waar de paaltjes de grond in moeten. Sla de paaltjes met een sleg in de grond of
gebruik hiervoor een grondboor. Zorg dat de paaltjes stevig 50 tot 70 cm in de grond staan.
Stap 1
Stap 2: Leg een mastworp op de eerste paal.
Stap 2
Stap 3 Leg de ligger op de mastworp.
Stap 3
Stap 4 Maak de ligger met een kruissjorring aan de paal vast.
Stap 4
Stap 5 Maak de tweede kruissjorring.
Stap 5
Stap 6 Sjor ook de tweede ligger vast aan de twee andere paaltjes
Stap 6
Stap 7 Leg de zitting op de liggers. Eventueel bind je de zitting aan de liggers vast met sjortouw of
sisaltouw.
Stap 7
Tip: als je de twee achterste paaltjes langer neemt kan er ook een rugleuning aan gemaakt worden.


Instructietekeningen: Theo Slijkerman , januari 2011                www.knoopenzo.nl

Samen

Samen


PDF

Het insigne “Samen” valt onder het activiteitengebied Samenleving. Bij dit insigne is het de bedoeling dat kinderen zich bewust worden van de mensen om
zich heen. De welp laat zien dat hij/zij zich heeft ingezet voor een ander en zich bewust is van onderwerpen (maatschappelijke problemen) die spelen in de
Nederlandse maatschappij.

Let op! Opdracht 1 is verplicht bij dit insigne, kies uit de overige vijf opdrachten er drie uit.

1
Help een
ander
Deze activiteit onderneem je met je hele speltak, je gaat iets voor een ander doen.
Te denken valt aan:
- Geld inzamelen voor een goed doel (in Nederland!), organiseer bijvoorbeeld een sponsorloop/ collecteer voor Jantje Beton
- Ga samen een opkomst spelen met asielzoekerkinderen / kinderen waarvan de ouders geen geld hebben om een hobby uit te zoeken
voor hun kind.
- Onderneem een activiteit met bewoners van een verzorgingstehuis of knutsel kerstkaarten/kerststukjes voor (eenzame) ouderen en ga
deze samen brengen.
- Doe iets voor iemand die ziek is. Ga op bezoek bij iemand die in het ziekenhuis ligt of niet uit huis kan vanwege ziekte. Kunnen jullie
samen een spelletje doen? Een video maken voor elkaar of samen tekenen/knutselen?
- Help je omgeving door deel te nemen aan Natuurwerkdag, ruim rommel op in het centrum van je dorp/stad en plant nieuwe
bloemen/bomen.
- Ga op bezoek bij een dierenasiel of kinderboerderij, jullie kunnen vast helpen met de dieren verzorgen/ uitlaten.
2
Regels en
afspraken
Om goed samen te kunnen werken en spelen,
heeft elke groep een aantal regels of afspraken
nodig. Maak per nest een lijstje van welke regels
of afspraken jullie het meest belangrijk vinden
voor jullie horde.
Om goed samen te kunnen werken en
spelen, heeft elke groep een aantal regels
of afspraken nodig. Maak per nest een lijstje
van welke regels of afspraken jullie het
meest belangrijk vinden voor jullie horde.
Schrijf daarbij vijf regels op waarvan je vind
dat iets niet mag (verbodsregel) en vijf
regels op waarvan je vindt dat iedereen dat
wel moet doen (gebodsregel).
Om goed samen te kunnen werken en
spelen, heeft elke groep een aantal regels
of afspraken nodig. Maak per nest een lijstje
van welke regels of afspraken jullie het
meest belangrijk vinden voor jullie horde.
Schrijf daarbij vijf regels op waarvan je vind
dat iets niet mag (verbodsregel) en vijf
regels op waarvan je vindt dat iedereen dat
wel moet doen (gebodsregel).
Welke regel(s) zou je willen veranderen/
afschaffen en waarom? Wat zou het gevolg
kunnen zijn van het veranderen/afschaffen
van deze regels?
3
Gebarentaal
In Nederland wonen veel verschillende mensen
met verschillende achtergronden en soms ook
met een handicap. Ongeveer 13.000 mensen in
Nederland zijn doof, waaronder ook veel kinderen.
Deze kinderen leren gebarentaal en dat is erg
handig. Maak een overzicht van het
gebarenalfabet en laat zien dat je je eigen naam
kunt zeggen in gebarentaal.
In Nederland wonen veel verschillende
mensen met verschillende achtergronden
en soms ook met een handicap. Ongeveer
13.000 mensen in Nederland zijn doof,
waaronder ook veel kinderen. Deze
kinderen leren gebarentaal en dat is erg
handig. Maak een overzicht van het
gebarenalfabet en laat zien dat je hier een
korte zin mee kunt uitbeelden.
In Nederland wonen veel verschillende
mensen met verschillende achtergronden
en soms ook met een handicap.
Ongeveer 13.000 mensen in Nederland
zijn doof, waaronder ook veel kinderen.
Deze kinderen leren gebarentaal en dat is
erg handig. Maak een overzicht van het
gebarenalfabet en laat zien dat je het hele
alfabet kunt spellen.
4
Anti-pesten
In Nederland wonen veel verschillende mensen,
met verschillende achtergronden en soms ook
met een handicap. Kinderen die ‘anders zijn’, door
hun huidskleur, intelligentie of gedrag worden nog
al eens gepest door andere kinderen, hierdoor
gaan ze zich vaak verdrietig en alleen voelen.
Maak een poster waarop je laat zien dat je tegen
pesten bent.
In Nederland wonen veel verschillende
mensen, met verschillende achtergronden
en soms ook met een handicap. Kinderen
die ‘anders zijn’, door hun huidskleur,
intelligentie of gedrag worden nog al eens
gepest door andere kinderen, hierdoor gaan
ze zich vaak verdrietig en alleen voelen.
Maak een poster waarop je laat zien dat je
tegen pesten bent en wat je kunt doen
tegen pesten.
In Nederland wonen veel verschillende
mensen, met verschillende achtergronden
en soms ook met een handicap. Kinderen
die ‘anders zijn’, door hun huidskleur,
intelligentie of gedrag worden nog al eens
gepest door andere kinderen, hierdoor
gaan ze zich vaak verdrietig en alleen
voelen. Maak met je horde een
toneelstukje dat gaat over pesten. Loopt
het verhaal goed af? En waar kwam dat
door?
5
Multicultureel
In Nederland wonen veel verschillende mensen,
veel van hen komen ook uit een ander land.
Sommigen van hen wonen hier al jaren. Door de
vele verschillende mensen wordt Nederland ook
wel eens een multiculturele samenleving
genoemd. Multi betekent veel, dus eigenlijk
wonen wij in een vele-culturen samenleving.
Maak een collage op een groot vel papier van
verschillende mensen die in Nederland wonen, is
dat niet een kleurrijke verzameling?
In Nederland wonen veel verschillende
mensen, veel van hen komen ook uit een
ander land. Sommigen van hen wonen hier
al jaren. Door de vele verschillende mensen
wordt Nederland ook wel eens een
multiculturele samenleving genoemd. Multi
betekent veel, dus eigenlijk wonen wij in
een vele-culturen samenleving. Kies een
bevolkingsgroep uit die in Nederland woont
(bijvoorbeeld Turken, Marokkanen,
Chinezen, Indonesiërs). Maak een collage
over deze bevolkingsgroep. Wat is er zo
bijzonder aan hun cultuur? Laat dat in
plaatjes zien.
In Nederland wonen veel verschillende
mensen, veel van hen komen ook uit een
ander land. Sommigen van hen wonen
hier al jaren. Door de vele verschillende
mensen wordt Nederland ook wel eens
een multiculturele samenleving genoemd.
Multi betekent veel, dus vele-culturen
samenleving. Zoek een bevolkingsgroep
uit die in Nederland woont (bijvoorbeeld
Turken, Marokkanen, Chinezen,
Indonesiërs). Ga naar de bibliotheek/zoek
op internet naar het verhaal van deze
mensen en zoek plaatjes bij hun verhaal.
Wanneer zijn ze naar Nederland
gekomen, hoeveel mensen met deze
afkomst wonen er in Nederland, waarom
zijn ze hier naar toe gekomen?
6
SIRE
SIRE is een organisatie die speciale
televisiereclames maakt. In hun reclame verkopen
ze geen producten zoals speelgoed, maar willen
ze dat mensen gaan nadenken over een
probleem wat er in Nederland is. SIRE heeft
bijvoorbeeld reclames gemaakt die mensen er op
moet wijzen dat je kunt opstaan in de bus voor
een oudere, of dat je misschien pleegouder kunt
worden of orgaandonor. Kijk op de website van
SIRE naar de verschillende filmpjes. Welk filmpje
vind jij het beste en waarom? Vertel dit aan je
leiding.
Tip! Wil je filmpjes zien van SIRE? Ga dan naar
www.sire.nl
SIRE is een organisatie die speciale
televisiereclames maakt. In hun reclame
verkopen ze geen producten zoals
speelgoed, maar willen ze dat mensen gaan
nadenken over een probleem wat er in
Nederland is. SIRE heeft bijvoorbeeld
reclames gemaakt die mensen er op moet
wijzen dat je kunt opstaan in de bus voor
een oudere, of dat je misschien pleegouder
kunt worden of orgaandonor. Kijk op de
website naar de filmpjes van SIRE, welk
filmpje vind jij het beste en waarom? Maak
samen met een paar welpen een
toneelstukje van één van de filmpjes en
voer dit op voor je horde.
Tip! Wil je filmpjes zien van SIRE? Ga dan naar
www.sire.nl
SIRE is een organisatie die speciale
televisiereclames maakt. In hun reclame
verkopen ze geen producten zoals
speelgoed, maar willen ze dat mensen
gaan nadenken over een probleem wat er
in Nederland is. SIRE heeft bijvoorbeeld
reclames gemaakt die mensen er op moet
wijzen dat je kunt opstaan in de bus voor
een oudere, of dat je misschien
pleegouder kunt worden of orgaandonor.
Bedenk een onderwerp waar SIRE een
reclame over kan maken, iets waarmee je
de wereld om je heen beter maakt. Je
maakt, samen met andere welpen, een
toneelstukje over je eigen
probleem/onderwerp. Voer dit
toneelstukje op.
Tip! Wil je filmpjes zien van SIRE? Ga dan naar
www.sire.nl
Show

Show


PDF

Het insigne “Show” valt onder het activiteitengebied Expressie. Welpen laten zien dat ze kunnen dansen, improviseren, toneel spelen
en bijbehorende attributen kunnen knutselen.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Dans, lied,
yell
Breng een lied of yell ten gehore of dans op
je favoriete muziek.
Maak je eigen dans, lied of yell.
Zorg ervoor dat de dans ongeveer 30
seconde duurt of dat het lied 10 regels heeft.
Laat dit horen aan de horde.
Zorg ervoor dat de andere alles goed kunnen
zien en verstaan.
Maak een lied of yell met een dans /
bewegingen.
De act moet ongeveer 1 minuut duren. Zorg
voor bijpassende kleding.
2
Instrument
Maak een instrument.
Bijv:

  • Sambaballen
  • Gitaar
  • Panfluit
  • Trommel
  • Enz.

Tip! Kijk op www.activiteitenbank.scouting.nl
voor voorbeelden van zelfgemaakte
instrumenten.

Maak een muziekinstrument van natuurlijke
materialen of kosteloos materiaal en speel
met je instrument een Scoutingliedje.
Hetzelfde als bij niveau 2 met daarbij:
Vorm met je horde een orkest.
Bedenk van tevoren goed wie welk
instrument gaat maken en bespelen en welk
lied je gaat laten horen.
3
Sketch
Maak een korte sketch voor bij het kampvuur
of voor iemand die jarig is, weggaat, een
jubileum viert etc. Zorg dat je sketch
ongeveer 3 minuten duurt.
Hetzelfde als bij niveau 1 met daarbij:
Zorg dat je sketch een logisch verhaal is met
een duidelijk begin en eind. Je sketch duurt
ongeveer 5 minuten.
Knutsel hierbij attributen, decor en kleding die
je nodig hebt.
Je maakt een sketch voor jouw nest en je
gaat hierbij een draaiboek maken. In een
draaiboek schrijf je op wat er gezongen,
gezegd en gedanst wordt in jouw sketch en
wie dat gaat doen. Ook schrijf je op welke
spullen je nodig hebt voor je sketch
(verkleedkleren,decor, attributen etc.) Je
draaiboek deel je uit aan de welpen in je nest.
Met zijn allen ga je de sketch voorbereiden.
Help iedereen bij zijn/haar rol. En laat de
sketch zien, bijvoorbeeld tijdens een
kampvuuravond.
4
Reclame
Maak een affiche voor een bonte avond,
playbackshow of voor je eigen
toneelstuk/musical. Zorg ervoor dat je goed
kan zien waar het affiche voor is. Echte
reclame valt op, jouw affiche dus ook! Komt
er geen playbackshow? Je mag ook doen
alsof er een playbackshow/musical gaat
komen.
Hetzelfde als niveau 1 met daarbij:
Zorg dat de volgende dingen op het affiche
staan:

  • Titel van de avond / stuk
  • Datum
  • Tijd
  • Plaats
  • Namen van de presentatoren of
    spelers van het stuk

Maak minstens drie affiches. Hang één
affiche thuis voor het raam en vraag twee
andere mensen hetzelfde te doen. Zodat
iedereen kan zien dat er een
playbackshow/musical gaat komen.

Hetzelfde als niveau 2 met daarbij:
Maak ook een uitnodiging voor je ouders,
broertjes/zusjes, buren, opa en oma etc. En
maak toegangskaartjes voor de bezoekers.
5
Presenteren
Voer een act op tijdens een bonte avond of
playback een liedje tijdens een
playbackshow. Zorg voor kleding die bij je act
past. Kondig je eigen act aan door te vertellen
welk liedje je gaat zingen/ wie je na doet.
Leid samen met de leiding een bonte avond
of presenteer een playbackshow.
Dit kan in een groepje of alleen. Overleg met
je leiding wat jij aankondigt en wat de leiding
doet.
Leid een bonte avond of presenteer een
playbackshow Dit kan in een groepje of
alleen. Verzorg ook zelf een act tijdens de
avond en bepaal in welke volgorde de andere
welpen aan de beurt zijn en welke
yells/liedjes er tussendoor gezongen worden.
6
Choreograaf/
Dansdocent
Leer, met hulp van de leiding, een lied/dans
aan je nest. Bespreek van te voren wat jij de
welpen gaat leren en welk stukje de leiding
doet.
Leer aan je horde een lied/dans die je kent.
Doe dit samen met je leiding. Bespreek van
te voren wat jij de welpen gaat leren en welk
stukje de leiding doet.
Leer de andere welpen een dans, lied of yell
die je zelf gemaakt hebt.
Spelexpert

Spelexpert


PDF

Het insigne “Spelexpert” valt onder het activiteitengebied Sport & Spel. Het insigne laat zien dat een welp kennis heeft van verschillende spellen die bij de
welpen gespeeld worden, zowel binnen als buiten.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Binnenspellen
Laat aan je leiding zien dat je van minimaal
twee bordspelen, kringspellen of kaartspellen
de spelregels kent. Speel één van de twee
spellen met de welpen uit je nest.
Laat zien aan je leiding dat je van minimaal
twee bordspelen, kringspellen of kaartspellen
de spelregels kent. Speel een bordspel met
andere welpen. Leg het spel aan hen uit en
zorg er voor at iedereen de spelregels
begrijpt.
Organiseer met behulp van je leiding een
spelletjescircuit. Hierbij gebruik je minimaal
vier verschillende bord-, kring, kaart- of
dobbelspelen. Zorg voor het materiaal en
speluitleg op papier zodat de andere welpen
de spelletjes kunnen spelen. Elek spelronde
duurt 10-20 minuten, daarna wordt er van
spel gewisseld. Leg de spelen van tevoren
uit aan je horde en zorg ervoor dat iedereen
de spelregels kent.
2
Smokkel- of
handelsspel
Doe mee aan een smokkel- of handelsspel. Doe mee aan een smokkel- of handelsspel.
Bij een smokkel- of handelsspel is er altijd
iets waar je zorg voor moet dragen,
bijvoorbeeld de zak met geld of de vlag. Zorg
ervoor dat dit goed gebeurt.
Doe mee aan een smokkel- of handelsspel.
Bepaal met elkaar een strategie om het spel
te spelen en vertel de anderen in je nest wat
de bedoeling is van het spel. Houd overzicht
tijdens het spel en stuur de andere welpen uit
je nest aan.
3
Favorieten
Vraag aan de andere welpen van je horde
welke verschillende kring- en bordspelen ze
allemaal kennen. Maak hiervan een lange
lijst. Laat deze lijst aan je leiding zien.
Informeer bij een speelgoedwinkel wat op dit
moment het meest verkochte spel is voor
kinderen van 7 - 11 jaar, wie de fabrikant is,
wat het spel kost e.d. Geef daarover een
presentatie aan je horde. Laat daarbij het
spel zien, of foto's ervan, en leg uit hoe het
spel ongeveer gaat.
Maak een quiz over spelletjes. Zorg dat de
quizvragen van verschillend niveau zijn en
laat ze vooraf door de leiding lezen. De quiz
wordt in nesten gespeeld en jij bent de
quizmaster. Je legt het spel uit, stelt de
vragen, telt de punten en leidt het spel in
goede banen!Het eerste nest dat een vraag
goed heeft gooit met een dobbelsteen. Het
aantal ogen is het aantal punten dat het
groepje verdient. Het groepje met de meeste
punten wint.
4
Oude spellen
Laat aan je leiding zien dat je de spelregels
kent van één van de meest oude spelen ter
wereld: dammen.
Knip, plak, knutsel en versier je eigen
schaakstukken en schaakbord waar je ook
echt mee kunt spelen. Zoek ook uit waar en
wanneer het schaakspel is ontstaan.
Laat aan je leiding zien dat je de spelregels
kent van één van de meest oude spelen ter
wereld:schaken of backgammon. Speel
hiervoor twee keer een spelletje met iemand
anders.
5
Zelf een spel
maken
Maak een kwartet met 8 kwartetten rondom
een onderwerp/thema naar keuze. Speel het
kwartet met een aantal welpen.
Maak een eigen ganzenbordspel aan de
hand van een zelfgekozen thema. Bedenk
vragen bij het thema die in het spel van pas
komen. Speel het spel met je nest.
Maak je eigen puzzelboekje met 10
verschillende puzzels en rebussen. Geef het
boekje aan de leiding, zijn het knappe
koppen die jouw puzzels kunnen kraken?
6
‘Levende’
spelen
Speel levend memorie met je horde. Speel levend dammen met je horde. Bedenk zelf een spel wat je ‘levend’ kunt
maken. Schrijf de spelregels op en welke
materialen je hiervoor nodig hebt. Overleg
met je leiding of jullie het spel met de horde
kunnen spelen.
Spoorzoeken

Spoorzoeken


PDF

Het insigne “Spoorzoeken” valt onder het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. De welp laat zien kennis te hebben van de windstreken en dat
hij/zij de eerste routetechnieken beheerst.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Kompas
Teken een kompasroos met de vier
hoofdwindstreken. Schrijf de vier
windstreken noord, oost, zuid en west er
bijelp weet ook dat deze windstreken
afgekort kunnen worden tot N, O, Z en W.
Ken jij een ezelsbruggetje om de volg orde
van de windstreken te onthouden?
(Nooit Opstaan Zonder Wekker)
Teken een kompasroos met acht
windstreken en schrijf de windrichting erbij.
De welp weet ook dat de windstreken
afgekort worden en kan daarom de letters
N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW herkennen als
windstreek.
Ken jij een ezelsbruggetje om te weten
welke letter er eerst moet bij NO, ZO, NW,
ZW? (Noord en Zuid zijn het aller
belangrijkste, die staan altijd voor op, daarna
komen pas het oosten en het westen)
Teken een kompasroos met acht
windstreken en schrijf de windrichting erbij.
De welp weet ook dat de windstreken
afgekort worden en kan daarom de letters N,
NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW herkennen als
windstreek.
Laat zien dat je ook op een echt kompas
weet waar deze windrichtingen zijn. Gebruik
je getekende kompasroos als hulpje
hiervoor.
2
“De kapitein zegt
…”
Speel met je horde het spel: “De kapitein
zegt…”
Tip! Kijk voor de spelregels op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Speel: “De kapitein zegt…”
Teken eerst een kompasroos met de acht
windstreken op de grond.
Tip! Kijk voor de spelregels op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Speel: “De kapitein zegt…”
Vraag de leiding om een kompas. Laat je
uitleggen hoe je op een kompas kunt zien
waar het noorden is.
Teken voor je het spel gaat spelen, een
kompasroos met acht windstreken. Zorg er
voor dat het noorden ook echt naar het
noorden wijst. Je gebruikt hiervoor het
kompas.
Leid vervolgens het spel: “De Kapitein
zegt…”
Tip! Kijk voor de spelregels op
www.activiteitenbank.scouting.nl
3
Routetechnieken
Maak een poster over één van de
onderstaande routetechnieken:

  • Lintjesroute
  • Bolletje-pijltjeroute
  • Kruispuntenroute
  • Ogenroute
Maak een poster over twee van de
onderstaande routetechnieken:

  • Lintjesroute
  • Bolletje-pijltjeroute
  • Kruispuntenroute
  • Ogenroute
Maak een poster over alle onderstaande
routetechnieken:

  • Lintjesroute
  • Bolletje-pijltjeroute
  • Kruispuntenroute
  • Ogenroute
4
Plattegrond
Teken een plattegrond van jouw clubhuis. Teken een plattegrond van jouw clubhuis en
het terrein er omheen. Vraag aan je leiding
waar het noorden is en teken een noordpijl op
je plattegrond.
Teken een plattegrond van jouw clubhuis en
het terrein er omheen. Vraag aan je leiding
een kompas. Kijk waar het noorden is en
teken een noordpijl op je plattegrond.
5
Speurtocht
maken
Zet een speurtocht uit met bijvoorbeeld lintjes
of stoepkrijt op het terrein van jouw clubhuis.
Of
Maak een simpele kaart van het water bij je
clubhuis of jullie vaste vaarwater.
Zet een speurtocht uit met bijvoorbeeld lintjes
of stoepkrijt in de omgeving van jouw
clubhuis. Verzin twee posten of opdrachten
voor onderweg.
Of
Verstop een schat aan de kant of op een
eiland. Maak een kaart die de locatie
ongeveer aangeeft. Maak een raadsel waar je
de schat precies kunt vinden.
Zet een speurtocht uit. Maak gebruik van de
bolletjepijltje route, een kruispuntenroute of
ogenroute. Verzin twee spelletjes voor op
post en twee opdrachten voor onderweg.
Of
Maak een speurtocht op het water. Je kunt
drijflichtjes, plaatjes en/of boeien gebruiken.
6
Speurtocht
lopen
Loop een korte speurtocht samen met je
leiding.
Loop een speurtocht met opdrachten samen
met je leiding.
Loop een speurtocht met opdrachten in de
omgeving van jouw clubhuis zonder leiding.
Sport

Sport


PDF

Het insigne “Sport”is gekoppeld aan het activiteitengebied Sport & Spel. De welpen leren verschillende sporten zelf te doen, maar doen ook kennis op over
bijvoorbeeld de Olympische Spelen en spelregels.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Herkenbaarheid
Help mee met het maken van een vlag of
T-shirt/spandoek voor je team.
Verzin een naam voor je team en maak
een vlag of versier een T-shirt/spandoek.
Verzin een naam voor je team en maak een
vlag of versier een T-shirt/pandoek.
Verzin een yell voor je team en laat deze
horen aan de rest van de horde.
2
Estafette
Help mee met het klaarzetten van een
estafette.
Bedenk een estafette in een bepaald
thema en zet de spullen – samen met de
leiding- klaar.
Bedenk een estafette in een thema en zet de
spullen klaar. Leg de estafette uit aan de orde
door de estafette voor te doen.
3
Maak een spel
Verzin een eigen spel, bijvoorbeeld een
soort tikkertje. Vertel de leiding dat je een
eigen spel hebt bedacht en hoe het gaat.
De leiding zal het spel uitleggen aan de
horde en jullie spelen het spel met zijn
allen.
Verzin een eigen spel en schrijf de
spelregels op. Geef de spelregels aan de
leiding en vraag hen het spel uit te leggen
aan de horde. Speel het spel met de hele
horde.
Verzin een eigen spel en schrijf de spelregels
op. Leg het spel uit /doe het spel voor aan de
rest van de horde.
Jij bent tijdens het spel de scheidsrechter.
4
Olympische
Spelen
Leer de regels van een Olympisch spel en
speel dit met de horde.
Bijvoorbeeld:

  • Voetbal
  • Handbal
  • Zwemmen
  • Roeien
  • Verspringen
  • Hardlopen
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij:
De Olympische vlag bestaat uit vijf
gekleurde ringen. Maak de Olympische
vlag na op een groot papier en zet bij elke
kleur voor welk werelddeel deze ring staat.
Hetzelfde als niveau 2, met daarbij:
Maak Olympische medailles voor de eerst,
tweede en derde plaats van jouw favoriete
Olympische sport. Laat in de medailles
duidelijk zien om welke sport het gaat.
5
Sportdag
Doe mee aan de sportdag van jouw horde
of school.
Hetzelfde als niveau 1 met daarbij:
Verzin samen met je leiding één spel voor
de sportdag.
Hetzelfde als niveau 2, met daarbij:
Verzin samen met je leiding een spel voor
sportdag. Schrijf op wat je nodig hebt voor
deze spellen en geef je materialenlijstje aan
de leiding. Jij legt het spel uit aan de horde en
bent de scheidsrechter tijdens het spel.
6
Sportquiz
Speel een quiz en test je sportkennis.
Hoeveel vragen had je goed?
Tip! Gebruik de sportquiz die je kunt
vinden op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Hetzelfde als niveau 1, met daarbij:
zorg ervoor dat je de helft van de vragen
goed beantwoord.
Tip! Gebruik de sportquiz die je kunt
vinden op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Maak je eigen sportquiz over jouw favoriete
sport van minstens 10 vragen. Speel de quiz
met je horde.
Thuis

Thuis


PDF

Het insigne “Thuis” valt onder het activiteitengebied Identiteit. De welpen laten zien dat ze thuis een handje mee kunnen helpen, weten hoe je schoon leeft en
dat er regels en afspraken zijn om het leven soepel te laten verlopen.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Slaapkamer
Teken je eigen droomslaapkamer op een vel
papier. Kleur de wensslaapkamer in jouw
favoriete kleuren.
Teken en ontwerp jouw droomslaapkamer.
Maak jouw droomslaapkamer na van karton.
Maak een maquette van je eigen slaapkamer.
Hiervoor moet je een schaal weten en dus
rekenen. Vraag je leiding (of ouders)
eventueel om hulp.
2
Dieren rond
het huis
Rond het clubhuis of jouw huis leven allemaal
dieren. Kijk om je heen en kies er zes uit,
zoek er plaatjes van die je op een groot vel
papier plakt.
Rond het clubhuis of jouw huis leven allemaal
dieren. Kies er zes uit en teken ze na op een
groot vel papier.
Rond het clubhuis of jouw huis leven allemaal
dieren. Kies er zes uit en teken ze na. Zoek
ook nog informatie over hoe, waar en hoeveel
van deze dieren er leven in Nederland. Schrijf
deze informatie bij de tekeningen.
3
Schoonmaken
Laat zien dat je je eigen kamer schoon kunt
houden. Maak je eigen bed op, neem de
kastjes af en stofzuig bijvoorbeeld je kamer.
Zorg ook dat de vuile was elke dag in de
wasmand ligt.
Help de leiding op Scouting met het
schoonmaken van het lokaal.
Help thuis met schoonmaken van het huis.
Wat moet er allemaal gebeuren in een week?
4
Regels en
afspraken
Thuis gelden regels en afspraken voor jou.
Vertel de leiding welke regels en afspraken er
gelden bij jou thuis en of je het eens bent met
die regels/afspraken. Wat zou je anders
willen?
Ook voor huisdieren zijn er regels en
afspraken. Teken jouw huisdier op een vel
papier en schrijf er om heen welke regels er
zijn voor/over jouw huisdier. Mag die op bed,
wie geeft hem eten?
Als je geen huisdier hebt, bedenk dan wat
handige regels en afspraken zijn.
Bij Scouting zijn er ook regels en afspraken.
Schrijf ze op en bespreek met je horde of het
fijne regels en afspraken zijn. Denk ook aan
regels en afspraken die op kamp gelden. Wat
vind je eigenlijk van regels?
5
De weg van
huis naar
Scouting
Teken de weg van huis naar het
Scoutingclubhuis.
Teken de weg van huis naar het
Scoutingclubhuis Zet er herkenningspunten
zoals verkeerslichten en oversteekplaatsen
bij.
Teken de weg van huis naar het
Scoutingclubhuis in op een plattegrond.
Hoeveel (kilo-)meter is het ongeveer?
6
Vogels helpen
Maak een vetbol voor de vogels rond je huis,
zodat ze goed de winter door kunnen komen.
Maak een voederplank voor de vogels rond je
huis, voer de vogels in de winter.
Maak een nestkastje voor de vogels rond je
huis en hang deze op. Wie weet komt er wel
een vogel in wonen.
Varen

Varen


PDF

Het insigne “Varen” valt onder het activiteitengebied Uitdagende Scoutingtechnieken. Dit insigne is wellicht makkelijker uitvoerbaar voor welpen van een
watergroep dan voor welpen van een land- of luchtgroep. Dit insigne is het bewijs dat de welp de basisvaardigheden bezit om over te gaan naar de
waterscouts. De welp laat zien dat hij/zij de veiligheidsregels kent op en rond het water en bepaalde vaarrtechnische kennis heeft.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Reddingsvest
Voor je eigen veiligheid is het belangrijk een
reddingsvest aan te hebben als je het water
op gaat. Laat iemand je helpen bij het
aantrekken van het vest
Voor je eigen veiligheid is het belangrijk een
reddingsvest aan te hebben als je het water
op gaat. Trek je vest aan en laat iemand
controleren of het goed zit. Voor niveau 2
moet je minimaal in het bezit zijn van
zwemdiploma A.
Voor je eigen veiligheid is het belangrijk een
reddingsvest aan te hebben als je het water
op gaat. Trek je vest aan en laat iemand
controleren of het goed zit. Voor niveau 3
moet je minimaal in het bezit zijn van
zwemdiploma A en B.
2
Spelletje met
nautische
termen
Speel bootonderdeel-tikkertje. Als je een
bootonderdeel noemt, mag je niet getikt
worden, maar moet je stil blijven staan tot
iemand je bevrijd door tussen je benen door
te kruipen. Wie getikt wordt, is de nieuwe
tikker.
Speel een spelletje stuurboord-bakboord en
maak later een foutje dan iemand die ouder is
dan jij.
Tip! Kijk voor het spel op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Speel memorie over vaarregels en
veiligheidsregels. Er horen steeds een regel
en een plaatje bij elkaar.
3
Lijnen
Het is handig dat je een landvast ver kan
werpen, bijvoorbeeld om de lijn naar iemand
op de kant te gooien als je wilt aanleggen.
Werp de lijn minstens drie meter ver.
Het is belangrijk dat lijnen (touwen aan boord)
er netjes bij liggen. Schiet een landvast op
zodat je deze kan gebruiken bij het
aanleggen. Spring bij het aanleggen (met de
landvast) als eerste op de kant en houd af
met je voet. Zorg er dus voor dat de boot niet
tegen de kant botst.
Leg de boot vast nadat je ergens bij de kant
bent gekomen. Dit kan door:

  • een kikker of bolder te beleggen
  • slipsteek-halve steek
  • paalsteek
  • mastworp
4
Boten
Maak een tekening waarop je plaatjes van 5
verschillende soorten boten plakt.
Verzamel plaatjes van 10 verschillende
soorten boten en schrijf een verhaal waarin al
deze boten een rol spelen. De plaatjes plak je
er natuurlijk bij.
Maak een collage met 8 verschillende soorten
zeilboten en schrijf bij iedere boot een stukje
informatie. Bijvoorbeeld over de grootte van
de boot en het zeil, het aantal zeilen, wie er
mee zeilen, waarvoor het gebruikt wordt en
op welke wateren het schip gebruikt wordt.
5
Roeien en
kanoën
Ga mee met roeien of kanoën. Vertel daarna
wat er met de boot gebeurt als er aan één
kant van de boot geroeid of gepeddeld wordt.
Help mee met roeien of peddelen. Volg
verschillende commando´s op. Zorg er ook
voor dat je een achtje kan maken met jouw
boot.
Roei of kano een uitgezet parcours zonder
hulp van de leiding. Als je heel goed bent,
probeer dan om je roer niet te gebruiken.
6
Zeilen
Maak een zeiltocht met een lelievlet en help
mee met het aantrekken van de zeilen en
stuur een eindje.
Let op! Bij deze activiteit moet er altijd iemand
aan boord zijn die in het bezit is van Kb CWO
3.
Speel al zeilend een spel met andere boten.
Voer allerlei taken van een echte matroos uit.
Denk hierbij aan inruimen, zeilen bedienen,
roer houden en natuurlijk de boot
schoonmaken.
Let op! Bij deze activiteit moet er altijd iemand
aan boord zijn die in het bezit is van Kb CWO
3.
Laat zien dat je al heel wat kan aan boord!
Vaar een eindje rechtdoor, maak een
overstag, bedien de fok tijdens een overstag
door de commando´s op te volgen en help
mee met het aftuigen en netjes achterlaten
van de boot.
Let op! Bij deze activiteit moet er altijd iemand
aan boord zijn die in het bezit is van Kb CWO
3.
Weer

Weer


PDF

Het insigne “Weer” valt onder het activiteitengebied Buitenleven. Welpen leren de verschillende seizoenen herkennen, maken hun eigen weerinstrument en
maken kennis met het sterrenstelsel.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Weer ‘meten’
Maak een regenmeter en meet een week
lang hoeveel water er is gevallen.
De wind kan van verschillende kanten
komen. Soms heb je wind tegen of wind mee
op de fiets. Zoek uit welke windrichtingen er
zijn en maak een windvaan. Zet de windvaan
buiten op een open plek en kijk een week
lang elke dag waar de wind vandaan komt.
Houd dit bij in een weerdagboek.
Om te zien hoe laat het is keek men vroeger
naar de zon. Maak een zonnewijzer en
probeer af te lezen hoe laat het is.
2
Welk weer is
het wanneer?
In Nederland hebben we vier seizoenen.
(winter, lente, zomer, herfst) In elk seizoen
hebben we ander weer. Van welk weer (en
dus welk seizoen) houd jij het meeste? Vertel
dit aan je leiding.
Maak met je nest een kalender. Voor iedere
maand van het jaar maak je een tekening.
Op de tekeningen is goed te zien welk weer
(regen, zon, sneeuw, onweer) het meestal is
in die maand.
Maak in een groepje een memoriespel met
plaatjes over het weer, maak eerst een lijst
met alle soorten weer die er zijn.
3
Weerproefjes
Maak je eigen regenboog.
Vul een platte, rechthoekige schaal met
water. Zet een spiegel schuin tegen de
smalle kant in het water. Schijn met de
zaklamp tegen het stukje spiegel dat onder
water zit. Houd een vel wit papier voor de
spiegel en zie je eigen regenboog.
Regen aflezen aan een dennenappel.
Als je geen radio of tv hebt om naar het weer
te kijken, kan je een dennenappel gebruiken
om te kijken of het gaat regenen. Als de
schubben van de dennenappel zich sluiten,
gaat het regenen. Als de schubben open
gaan, dan kunnen de zaden eruit vallen, en
blijft het droog.
Zoek een dennenappel, leg deze buiten
neer, en houd een week lang in een
weerdagboekje bij wat voor weer het was.
Kijk elke dag naar de dennenappel, die je
buiten bewaard. Zijn de schubben open of
dicht?
Teken de cyclus van water op papier. Van ijs
tot tot waterdamp.
Bij hoeveel graden verandert water in ijs? En
wanneer wordt het water waterdamp?
4
Sterrenbeelden
en planeten
Een horoscoop in een krant of tijdschrif is
afgeleid van de echte sterren boven ons in
het heelal. Zoek op hoe jouw sterrenbeeld er
uit ziet, en teken deze na.
Zoek informatie over echte sterrenbeelden
als orion, grote beer of steelpannetje,
Cassiopeia en de noordpoolster. Vertel je
horde over de verschillende sterrenbeelden, wanneer kan je ze aan de hemel zien en hoe
zijn ze aan hun naam gekomen?
Maak een poster met daarop alle planeten
van ons zonnestelsel. Zet per planeet ook
wat informatie neer zoals de grootte,
temperatuur, zijn er wel of geen ringen, heeft de planeet manen etc.
5
Communiceren
als het weer
tegenzit
Speel het spel ‘de nachtwacht’. Lukt het jou
af te gaan op je oren in plaats van op je
ogen?

Tip! Kijk op
www.activiteitenbank.scouting.nl als je het spel ‘de nachtwacht’ niet kent.
Doe deze opdracht samen met een andere
welp. Gebruik het semafooralfabet om je
boodschap door te geven terwijl het onweert.
Stuur een boodschap van minimaal drie
woorden naar een andere welp en vertaal
een ontvangen boodschap.
Doe deze opdracht samen met een andere
welp.
Bij mist is het lastig communiceren, want je
kan elkaar niet zien. Voor over grote
afstanden kan je gebruik maken van morsen.
Sein minimaal één zin in morse heen en
weer.
6
Quiz
Speel een quiz en test je weerkennis.
Hoeveel vragen had je goed?
Tip! Vind een kant-en-klare quiz op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Speel een quiz en test je weerkennis. Zorg
dat je de helft van de vragen goed hebt.
Maak je eigen weerquiz van minimaal tien
vragen. Test de kennis van de welpen uit je
horde door de quiz met hen te spelen. Welke
welp weet het meeste over het weer?
Wijde wereld

Wijde wereld


PDF

Het insigne “Wijde Wereld” valt onder het activiteitengebied Internationaal. De welp heeft laten zien dat hij/zij weet dat Scouting wereldwijd is en heeft verder
gekeken dan de Nederlandse grens door onder andere contact te leggen met een scout in het buitenland.

Opdracht Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3
1
Scouting toen
en nu
Er zijn op de hele wereld ongeveer 38 miljoen
scouts. Dat is meer dan twee keer alle
inwoners van Nederland.
Welpen bestaan ook in heel veel landen,
maar soms heten ze net even anders. Zoek
van minimaal 5 landen op hoe welpen daar
heten. Omdat je op buitenlandse websites
gaat kijken moet je wellicht aan je leiding (of
ouders) vragen om je bij deze opdracht te
helpen zodat ze dingen voor je kunnen
vertalen.
Er zijn op de hele wereld ongeveer 38 miljoen
scouts. Dat is meer dan twee keer alle
inwoners van Nederland.
Hoeveel mensen in Nederland zitten er op
Scouting? En in België, Engeland en
Duitsland?
Er zijn op de hele wereld ongeveer 38 miljoen
scouts. Dat is meer dan twee keer alle
inwoners van Nederland.
Vertel iets over de oprichting van Scouting en
iets over de opkomst van meisjes binnen
Scouting. Zit je bij een watergroep dan mag je
ook iets vertellen over hoe waterscouting is
ontstaan.
2
Buitenlands
contact
Zoek met de hulp van je leiding contact met
een buitenlandse welp(enhorde). Maak voor
hen een mooie tekening waarmee je laat zien
wat jij leuk vindt aan Scouting.
Tip! Ga naar www.scouting.nl, log in en zoek
op de term ‘Postbox’. Hier vind je
buitenlandse scouts die contact zoeken met
scouts uit een ander land.
Zoek met de hulp van je leiding contact met
een buitenlandse welp(enhorde). Bedenk wat
je van ze wil weten en stel de vragen.
Bijvoorbeeld over het programma, de kleding
en kampen die zij doen met Scouting.

Tip! Ga naar www.scouting.nl, log in en zoek
op de term ‘Postbox’. Hier vind je
buitenlandse scouts die contact zoeken met
scouts uit een ander land.
Zoek met de hulp van je leiding contact met
een buitenlandse welp(enhorde). Bedenk wat
je van ze wil weten en stel de vragen. Vertel
ook aan de buitenlandse welp wat jij op
Scouting doet en wat jij het leukste aan
Scouting vindt.
Tip! Ga naar www.scouting.nl, log in en zoek
op de term ‘Postbox’. Hier vind je
buitenlandse scouts die contact zoeken met
scouts uit een ander land.
3
Partnership:
Ghana
Maak een bal. Gebruik stukjes stof en knoop
ze aan elkaar. Wikkel het op tot een bal en
doe er touw om heen. Speel een spel met
deze bal.
In Ghana en de landen er om heen is Wari
een heel populair spel. Zoek op hoe het
gespeeld wordt, maak een bord en speel het
spel.
Kijk voor deze activiteit op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Houd een spreekbeurt over Ghana in je klas
of voor je horde.
4
Spel
“Buitenlandse scouts”
Veel Scoutinggroepen in het buitenland
helpen de mensen in hun omgeving. Bij dit
postenspel ga je langs scouts van over de
hele wereld. Zij hebben een opdracht voor jou. Doe je best tijdens het postenspel.

Kijk voor deze activiteit op
www.activiteitenbank.scouting.nl
Veel buitenlandse groepen helpen de
mensen in hun omgeving. Bij dit postenspel
ga je langs scouts van over de hele wereld.
Zij hebben een opdracht. Doe je best tijdens het postenspel en houd de punten voor je
nest bij.
Veel buitenlandse groepen helpen de
mensen in hun omgeving. Bij dit postenspel
ga je langs scouts van over de hele wereld.
Zij hebben een opdracht. Doe je best tijdens het postenspel. Jij bent de gids/helper van je
nest. Zorg er voor dat iedereen in je nest
goed mee kan doen tijdens het postenspel.
5
Rechten van
het Kind
Elk kind in de wereld heeft bepaalde rechten,
dit noemen we de Rechten van het Kind.
Bijvoorbeeld dat je recht hebt op schoon
drinkwater en op onderwijs. Maak een poster
over ‘schoon drinkwater’. Waarom is schoon
drinkwater belangrijk?
Tip! Kijk op
www.kinderrechten.nl
Elk kind in de wereld heeft bepaalde rechten,
dit noemen we de Rechten van het Kind.
Bijvoorbeeld dat je recht hebt op schoon
drinkwater en op onderwijs. Deze rechten zijn
opgesteld door de Verenigde Naties. Zoek op
welke rechten je als kind hebt, vraag
eventueel aan je leiding/ouders om met je
mee te lezen. Welk recht vindt jij het
belangrijkste en waarom? Vertel dit aan je
leiding
Tip! Kijk op
www.kinderrechten.nl
Elk kind in de wereld heeft bepaalde rechten,
dit noemen we de Rechten van het Kind.
Bijvoorbeeld dat je recht hebt op schoon
drinkwater en op onderwijs. Deze rechten zijn
opgesteld door de Verenigde Naties. Zoek op
welke rechten je als kind hebt en schrijf deze
op. Welk recht vindt jij het belangrijskte en
waarom? In welk land in de wereld heeft niet
elk kind dit recht? Zoek dit uit en verwerk het
in een kort verslagje.
Tip! Kijk op
www.kinderrechten.nl
6
Buitenlandse
gast
Laat de leiding een buitenlandse gast
uitnodigen. Vertel hem of haar over Scouting.
Bijvoorbeeld hoe alle leiding heten, bij wie je
in het nest zit en wat jullie meestal doen
tijdens opkomst. Laat de leiding vertalen als
dit nodig is.
Of
Vraag iemand die op reis is geweest in het
buitenland om bij je horde langs te komen.
Vraag hem/haar om zijn/haar reisverhalen
aan je nest of horde te vertellen. Dit kan
bijvoorbeeld een scout of explorer zijn die
naar een Wereld Jamboree geweest is.
Laat de leiding een buitenlandse gast
uitnodigen. Geef de gast een rondleiding door
het clubhuis en het terrein waar jullie vaak
spelen. Laat de leiding vertalen als dit nodig
is.
Of
Vraag iemand die op reis is geweest in het
buitenland om bij je horde langs te komen.
Vraag hem/haar om zijn/haar reisverhalen
aan je nest of horde te vertellen. Dit kan
bijvoorbeeld een scout of explorer zijn die
naar een Wereld Jamboree geweest is.
Bedenk van te voren vragen die je aan deze
persoon wilt stellen.
Laat de leiding een buitenlandse gast
uitnodigen. Stel de gast vragen over zijn/ haar
land. Hoe heet het land, hoeveel inwoners
heeft het land, hoe wordt daar Scouting
gespeeld, wat zijn de verschillen met
Nederland en Scouting in Nederland? Laat de
leiding vertalen als dit nodig is.
Of
Vraag iemand die op reis is geweest in het
buitenland om bij je horde langs te komen.
Vraag hem/haar om zijn/haar reisverhalen
aan je nest of horde te vertellen. Dit kan
bijvoorbeeld een scout of explorer zijn die
naar een Wereld Jamboree geweest is.
Bedenk van te voren vragen die je aan deze
persoon wilt stellen. Maak uiteindelijk een
verslagje van wat je geleerd hebt door te
praten met deze persoon.
Zakmes

Zakmes


PDF

Het insigne “Zakmes” is één van de vijf insignes die speciaal ontworpen en bedacht zijn voor de oudste welpen. De vijf insignes bereiden voor op de scouts en zijn daarom - in principe- bedoeld voor de oudste welpen (gidsen).
Uitleg voor de welp
Welpen zijn eigenlijk nog te jong om met een scherp mes te kunnen werken. Maar jij bent een van de oudste welpen. Je gaat (waarschijnlijk) binnenkort overvliegen naar de scouts. Tijd om kennis te maken met het insigne zakmes, waarbij je kunt laten zien dat jij op een veilige manier met een zakmes om kunt gaan. Messen, klein of groot, kunnen namelijk gevaarlijk zijn in ongeoefende handen. Door het doen van onderstaande opdracht laat je zien dat jij met een zakmes om kunt gaan. En dat komt zeker van pas bij de scouts.

  • Laat het zakmes aan je leiding zien en benoem alle onderdelen van je (Zwitsers)zakmes.
  • Vervolgens ga je laten zien dat je op een goede manier met je zakmes om kunt gaan door de volgende dingen te doen:
    - Maak een blik open of draai een houtschroef in een stuk hout.
    - Schil een (aard-)appel.
    - Zoek een mooie tak, maak er een puntje aan. Schil een stukje schors eraf en versier het
    blanke hout het met kerfjes of iets dergelijks.

Bij deze opdrachten zal gelet worden of je let op veiligheid, hygiëne en de manier waarop je het zakmes gebruikt. Indien je de opdrachten op correct gedaan hebt, heb je het insigne zakmes verdiend.
Uitleg voor de leiding
Om te beoordelen of de welp het insigne verdiend heeft, moet de welp natuurlijk de opdrachten goed afronden (zie de beschrijving hierboven). Tijdens de opdrachten kan je op de volgende punten letten om te beoordelen of de welp voldoende kennis en kunde in huis heeft.

  • Veiligheid:
    - Kan de welp het zakmes zelfstandig op een veilige manier open en dicht doen?
    - Weet de welp waar een veilig zakmes aan moet voldoen? (Stevig, goed dichtklappen, niet te scherp/ bot) En wat daar de gevolgen van zijn?
    - Kan de welp veilig met het mes omgaan? (Niet open laten liggen, letten op anderen die in de buurt zijn, zittend snijden, van zich af snijden, naar beneden snijden, letten op wegspattende splinters, etc. )
    - Weet de welp wat hij moet doen als hij zich onverhoopt toch in z’n vinger gesneden heeft? (stelpen, spoelen onder lauw water, ontsmetten, pleister/ steristrips laten plakken door leiding)
  • Hygiëne:
    - Heeft de welp het zakmes schoon gemaakt voordat hij de aardappel of appel is gaan schillen?
    - Draagt de welp zorg voor het schoonhouden van zijn zakmes?
  • Gebruik:
    - Weet de welp waar je een zakmes voor kunt gebruiken? (Punt aan een dode tak snijden, boterham snijden, schroef indraaien, blik openen, etc.).
    - Weet de welp waarvoor of wanneer je een zakmes niet mag gebruiken? (Om iets kapot te maken, in iets levends snijden, als je er niet veilig mee omgaat, etc.)
    Het is aan te raden de ouders van de welp te betrekken bij de veiligheid rondom het gebruik van het zakmes. Stem af wanneer het mes mee mag naar opkomst/kamp of wanneer niet.